Shorttracker Sjinkie Knegt is waarschijnlijk komend seizoen de bekendste autocross van Nederland, hoewel hij nog geen meter gereden heeft. Eind vorig jaar maakte Knegt bekend dat hij plannen had om mee te doen in het NK Autocross en dat er een Subaru aangekocht was. Voor hij zich kan richten op het NK Autocross, waren de Olympische Spelen van Zuid-Korea en het WK Shorttrack, begin maart in Canada nog belangrijke pijlers waar ‘de schicht uit Bantega’ zich wil tonen.

Knegt kwam donderdag met gemengde gevoelens naar de Gangneung Ice Arena. Hij had de eindstrijd van de  500 meter nog moeten en willen rijden, maar de Chinees Wu ging er met het eremetaal vandoor nadat Knegt in de heats uitgeschakeld werd. Ook in de aflossingsfinale ontbrak de Nederlandse ploeg waar Knegt een van de gangmakers in is. Daar tegenover stond een mooie zilveren medaille op de 1.500 meter waarmee Knegt vier jaar na zijn eerste plak [destijds brons] opnieuw geschiedenis mee schreef. In totaal kreeg Knegt drie ‘zwarte vlaggen’ [penalties in het shorttrack] en moest hij toekijken hoe zijn collega’s over de 111 meter lange ijsbaan snelden.

Nadat Knegt zijn laatste afstand gereden had, nam hij alle tijd voor DeCrozz.nl-journalist Joris Kammenga om in het Olympisch dorp van Gangneung onder het genot van een kop koffie rustig na te praten over de afgelopen Spelen, de uitdaging van het NK Autocross en de vergelijking tussen de beide sporten waarin het verschil tussen winnen en verliezen heel klein is: “Dat licht soms zo dichtbij elkaar dat je ook als favoriet weleens ten onder gaat. Het is niet anders, maar dat hoort bij deze sport.”

Hoe kijk je terug op de Spelen?

Knegt: “Met gemengde gevoelens. Ik ben wel blij met zilver, maar ik had liever natuurlijk meer medailles gewonnen. Het is niet anders, het is wat het is en daar moet ik het mee doen. Zilver is eigenlijk al heel knap, maar ik had vooraf op veel meer gehoopt. Op papier leek het natuurlijk allemaal hartstikke mooi, maar zo werkt het niet in deze sport. Dat vergeten mensen vaak. Op de lange baan is het vaak wel vrij duidelijk, maar bij ons werkt dat niet zo. Daardoor is het wel makkelijker om het een plekje te geven.”

“De Spelen zijn voor ons wel het belangrijkste toernooi van het seizoen, maar ik probeer het te benaderen als een doodnormale wedstrijd. Tijdens de Olympische Spelen kijken er veel meer mensen dan tijdens een gewone wereldbeker of WK. Dat is ook weleens lastig omdat je ook veel kritiek krijgt van mensen die dat normaal niet doen. Daar moet je je voor afsluiten.”

Normaal gesproken werk je toernooien af in drie dagen, hoe anders is dat tijdens de Spelen waar alles over die zeventien dagen uitgesmeerd wordt en kun je daarop trainen?

“Je probeert wel je warming up aan te passen zodat je direct uit de startblokken vol gas kunt gaan. Je kunt normaal gesproken een beetje in het toernooi groeien met een rustig ritje en daarna wordt het tempo opgevoerd. Maar dat kan tijdens de Spelen niet, daar moet je gelijk scherp zijn en dat is soms wel lastig, maar iedereen heeft gelukkig datzelfde probleem. Een toernooi in drie dagen ligt mij wel beter omdat de vermoeidheid dan een rol speelt en daar ligt mijn kracht ook wel.”

Wat heb je sportief gezien nog in het verschiet dit seizoen?

“Ik ben na de Spelen tien dagen thuis en dan moet ik nog naar Canada voor het WK. De vakantie is nog niet helemaal begonnen, maar de grootste druk is er nu wel af na de Spelen.”

Je vertelde eerder dat je registratie voor het NK Autocross net binnen was toen de servers van de KNAF begonnen te roken en de registratie stopgezet moest worden. Maar hoe staat het met de wagen voor dit seizoen?

“Ik ben nog bezig met de aandrijflijn en de wielophanging en dat wil ik wel het liefste zoveel mogelijk zelf doen. Er moeten allerlei zaken op maat gemaakt worden met de draai- en freesbank, dat is mijn specialiteit. Dat spul heb ik allemaal thuis staan en behalve mijn vader komt daar niemand om te werken. Maar dat maakt niet uit, ik heb straks zes weken lang vakantie en dan kan er een hele hoop gebeuren.”

“De voorkant is in principe wel helemaal klaar. De motor zit er nog niet in, maar de voorwielophanging is wel helemaal klaar. Het casco dat we gekocht hadden hebben we helemaal gesloopt en we gebruiken weer wat er nog bruikbaar was. Dat ging vooral om de motor, de versnellingsbak en de vering. Dat hadden we vooraf wel ingecalculeerd en we hebben een nieuw casco gekocht die we helemaal gestript hebben en van voor af aan begonnen zijn. Er waren wel zaken waarvan ik dacht dat ze beter konden. Zo zat de originele wielophanging er nog onder en je zag dat het niet sterk genoeg was. Ik weet niet of het kwam door de ouderdom of door de sterkte, maar dat hebben we aangepakt. Ook zaten overal spoorverbreders tussen van drie of vier centimeter en dat is niet goed voor je stuuruitslag. Ik heb de auto nu zelf gewoon helemaal breder gemaakt met andere aandrijfassen zodat de spoorverbreders er niet meer onder hoeven. We hopen dat het straks beter stuurt, beter rijdt en minder stuk gaat. Het zal de eerste keer wel tegenvallen, maar we hopen dat het beter wordt dan het was.”

Drie jaar geleden toen we elkaar spraken voor ons eerste gedrukte magazine zei je dat de autocross pas in beeld zou komen als je zou stoppen met shorttrack, waarom heb je de keuze gemaakt om het nu toch te doen?

“Ik wist wel dat ik nog niet ging stoppen na de Spelen, maar ik wilde toch wel heel graag autocrossen. Deze wagen kwam op mijn pad. Ik had eerst ook al contact met iemand gehad over een kever, maar die was vrij snel verkocht. Ik twijfelde een beetje want er zat geen motor bij die auto en dan hadden we eentje moeten laten bouwen. Ik had al rondgebeld, maar dat uiteindelijk niet gedaan.”

Het is dus niet echt een bewuste keuze geweest voor de toerwagenklasse?

“Nee, het was maar net wat op m’n pad zou komen. Ik vond de keverklasse heel mooi, maar die werden heel snel verkocht. Toch lag mijn voorkeur ook wel een beetje bij de toerwagenklasse. Pieter [Verboon] had eerder al een Baleno in de verkoop en daar kon je zo mee de baan op. Die wagen was een technisch hoogstandje, maar ook wel een risico [omdat het fragiel lijkt]. Toen kwam deze wagen in beeld en zijn we bij hem thuis gaan kijken en die hebben we uiteindelijk opgehaald. Ik had er verder helemaal niets bij, alleen de auto en de reserveonderdelen die er waren. Er zat veel ‘troep’ aan banden bij, dat wil ik niet en dat schaffen we allemaal nieuw aan.”

“Er moet nog wel een hoop gebeuren. Het mooiste zou zijn om de auto straks in die tien dagen dat ik vrij heb op de wielen te zetten zodat de aandrijfassen ingemeten kunnen worden. Dat doe ik niet zelf en die moeten dan nog gemaakt worden. Daarna is het daarna een kwestie van afbouwen. Dat is hetzelfde met de kooi, die zit er nog niet in maar dat is ook een kwestie van een paar dagen knallen. Ik zie het allemaal wel goed komen. Als je zes weken thuis bent, kan er een hoop gebeuren. Er waren al mensen die met vrienden hadden gesproken en zeiden dat we het niet zouden redden, maar het komt allemaal wel goed. Ze hadden er niet veel vertrouwen. De meeste mensen vergissen zich in de hoeveelheid vrije tijd die ik heb. Ik ben wel veel weg, maar op de momenten dat ik thuis ben heb ik wel veel vrije tijd.”

In 2014 vertelde Knegt nog over dat hij pas in de crossauto zou gaan stappen als hij een punt achter zijn shorttrack carriérre zou zetten.

Hoe ziet een normale dag in het leven van Sjinkie Knegt eruit?

“Wij trainen in de ochtend tot een uur of twaalf en dan ben ik tot drie uur thuis. Daarna ben ik nog weer tot zes uur weg om nog eens te trainen. In die drie uren en ’s avonds kan ik nog best wat doen. We moeten gewoon wat doorgaan en vandaar dat de auto er ook al zo voorstaat.”

Heb je plannen om te gaan testen en wanneer gaat dat gebeuren?

“Het doel is om Koningsdag de eerste keer te rijden, ik wil wel proberen om Pieterzijl te halen. Dat moet wel kunnen denk ik, al hebben we nog wat zaken bedacht. De motor ligt bijvoorbeeld nog uit elkaar en dat zou eerst ook helemaal niet.”

Waarom heb je de beslissing genomen om dat soort dingen ook nog aan te pakken?

“Ik wil in eerste instantie gewoon alles goed hebben. Ik heb er een keer mee gereden en dat ging eigenlijk best wel mooi. Toen ik bij iemand kwam die veel verstand had van motoren en die adviseerde wat kleine aanpassingen te doen om goed vermogen te krijgen en dat soort zaken doen we. De motor had tien crossen gedraaid zonder revisie, hij heeft dus de nodige zaken aangepakt en we zetten er een nieuwe turbo op. Als we het dan toch doen, doen we het ook meteen goed. Dat is wel de insteek. Ik twijfel nog om een nieuwe versnellingsbak te kopen, maar dan moet ik wel iets geschikts vinden. Ik heb nu een standaard bak. De een zegt dat die het wel vol kan houden, de ander twijfelt daar weer aan. We gaan het zien hoelang die het volhoudt, mijn motto is ‘niet te bang’, dus dan zien we het wel.”

Heeft je deelname in het NK Autocross nog gevolgen voor je sportieve carrière?

“Er zullen vast wat trainingskampen zijn dit jaar, maar ik moet nog kijken hoe ik dat ga doen. Dan vlieg ik gewoon heen en weer denk ik op de dag voor de wedstrijd. Dan halen de mannen mij wel op van het vliegveld. Het is de bedoeling dat we dat zo gaan doen en dan moet ik zorgen dat de auto klaar staat voor ik weg ga naar een trainingskamp. We zijn vaak niet heel ver weg tijdens een trainingskamp. Vaak is het Spanje, Frankrijk of Italië en dat is allemaal makkelijk te vliegen en goed te doen in de auto. Daar ben ik niet bang voor en dan ben ik maar drie dagen weg. Het is ook niet zo dat ik dan drie dagen niets doe, zo’n dag op de autocross voel je aan het eind van de dag ook wel.”

Naar welke wedstrijden kijk je het meeste uit?

“Op de klei heb je het meeste zicht, dus laten we daar maar mee beginnen, maar de eerste is in het zand. De thuiswedstrijd in Noardburgum is voor ons nog steeds wel een stukje rijden, maar het is in Friesland en dat is mooi. Ik ben daar weleens geweest en dat is altijd wel een mooie cross. De baan zal er dit jaar wel iets anders bij komen te liggen voor de NK. Dat is een harde zandbaan, het is geen Gersloot waar we vooraf al wisten dat het een hele zware zou worden. Haarle is ook een echte zandbaan, dat geldt ook voor Halle. Het wordt interessant tijdens die zandwedstrijden. Zolang je vooraan rijdt is er niets aan de hand, maar dat zal wel tegenvallen.”

De toerwagenklasse belooft dit jaar weer sterk te worden met een mooi divers startveld, wat vind jij?

“Niets is hetzelfde en dat vind ik wel heel mooi. Niemand zit in de winter stil, stilstand is achteruitgang wat dat betreft. Er zijn wel een aantal namen die wegvallen natuurlijk, Richard Kools gaat volgens mij niet rijden en Eric van der Valk ontbreekt dit seizoen omdat hij net vader is geworden. Ik weet niet of Frank en Mark Nijhuis weer gaan rijden dit jaar, die wagen stond ook te koop. Rob van Kuringe heeft zijn auto natuurlijk ook verkocht.”

“Aan de andere kant komen er ook weer wat nieuwe namen bij zoals die jongens [van GP Racing] die de oude auto van Van Leeuwen gekocht hebben. En dan ben ik nog wel benieuwd hoe John Verberk het gaan doen met die dikke Volvo. Dat vind ik echt wel een mooi concept, hoe ze dat gebouwd hebben.”

Wanneer is het avontuur in de autocross voor jou geslaagd?

“Ik heb wel de ambitie om een finale te halen en ik denk dat die auto het in principe ook gewoon kan. Als we dat halen dit seizoen ben ik eigenlijk al tevreden, daarna zien we verder wel. Het is zaak om de manches gewoon uit te rijden als er niet te veel stuk gaat, maar dat weet je nooit. Het blijft een technische sport en het is allemaal maar afwachten hoe degelijk het is.”

Joris Kammenga sprak met Sjinkie Knegt op 22 februari 2018 in Gangneung.