Gerard de Jong was naar eigen zeggen “niet helemaal content” met de gang van zaken in de Divisie V. En dus kiest de drievoudig finalewinnaar in het NK voor een nieuwe uitdaging in 2018: de superklasse.

Een opvallende move voor De Jong die in 2015 in het NK debuteerde met de Alfa. Die wordt na drie seizoenen ingeruild voor een Fast & Speed-frame waar Gerrit Nap in het verleden mee reed. In gesprek met DeCrozz.nl vertelde De Jong: “We waren al een tijdje aan het kijken naar iets anders, een nieuwe uitdaging. We hebben gekeken naar een toerwagen, maar toen kwam dit op ons pad. Toen hebben we besloten het te doen.”

Het bouwen van een wagen voor de superklasse is een compleet andere ervaring voor De Jong en zijn team en het kost logischerwijs veel tijd: “We hebben altijd standaardauto’s gebouwd en ik denk dat we daar altijd redelijk ver in gingen met de ontwikkelingen. Daarom zijn we ook met de Alfa begonnen, om iets anders te doen dan de rest. Uiteindelijk heb je wel een bepaald overzicht daarin. Je weet hoelang iets duurt en dat hebben we nu echt niet.” De Jong vindt de superklasse een echte aantrekkelijke klasse en kijkt erg uit om met de auto op de baan te komen. “Je kunt in deze klasse echt je eigen idee kwijt. Ik rijd nu met deze motor en als dat niets wordt, doe ik er wat anders in wat het wel gaat doen. Je hebt enorm veel vrijheid en om te kijken zijn deze klassen ook absoluut de mooiste. De wedstrijden zijn vaak spannend en de diversiteit met veel verschillende winnaars en concepten is erg leuk.”

Foto: Gerard de Jong

Kwaliteit van de Divisie V

Ondanks dat De Jong veel pech heeft gehad in de Divisie V, pakte hij ook drie overwinningen. Zoals in 2015. De Jong kende een tegenvallende start van het seizoen met een aantal finaleplaatsen, maar geen overtuigende resultaten. Die kwamen pas na de zomerstop toen de laatste twee wedstrijden op de zandbanen van Haarle en Baarle-Nassau plaatsvonden. “Dat waren de eerste twee NK’s die we uitreden en die wonnen we gelijk.” In 2016 waren de ambities groot, maar dat pakte wat anders uit: “Toen begonnen we in 2016 met volle moed, kosten noch moeite werden gespaard om een serieuze aanval op de titel te kunnen doen. En toen hadden we in de eerste wedstrijd al na 400 meter de motor kapot. Veel beter werd het niet dat jaar.”

Ondanks dat vond De Jong wel het plezier terug en zag hij de concurrentie steeds sterker worden: “Het afgelopen seizoen was een mooie samenvatting van wat we met de Alfa wilden bereiken. Ik denk dat we bewezen hebben dat we een snel concept hebben, maar we hebben toch wel veel pech gehad. Op een gegeven moment moet je wat anders, de motivatie werd minder. We hebben wat tegenslagen gehad, ook zeker afgelopen seizoen, met mechanische pech en pech op de baan. Ik kan van mezelf zeggen dat ik nu wel echt weer de lol terug heb in het sleutelen en dat was vorig jaar toch wel anders.”

De Divisie V-klasse is veranderd in de afgelopen jaren en dat heeft gezorgd voor een ijzersterk kampioenschap: “Als je kijkt naar het eerste jaar, toen werden we vijfde. Toen wonnen we de laatste twee NK’s en reden vier of vijf finales waarin we eigenlijk elke keer uitvielen of achteraan eindigden. Dit jaar reden we ook op een of twee keer na alle finales en wonnen we er een. Uiteindelijk werden we zestiende. Dat geeft wel aan hoe hoog het niveau ligt in de Divisie V. De jongens die daar vooraan rijden, het is niveau is zo hoog. Als je naar de puntentelling kijkt, hebben er maar achttien echt serieus punten gescoord. Dat zegt wel wat over de kwaliteit in de klasse, ze zijn allemaal snel en goed en ze kunnen allemaal goed rijden. Daar ligt het niet aan, de meesten doen het ook al een tijdje. Maar goed, dat wordt volgend jaar ook anders. Er zijn wat jongens die opstappen en dan hebben anderen weer een kans en dat is ook mooi. Er moet toch wat verloop in de klasse zitten.”