CrozzClassics: Interview met Dirk-Jan Middelveld (2018)

Nu de autocrosswereld nog zeker tot 1 september stilligt probeert DeCrozz.nl wat afleiding te bieden in tijden van stilte. Vandaag doen we dat het met een interview met Dirk-Jan Middelveld. Hij werd in 2018 Nederlands kampioen met misschien wel het meest besproken concept uit de recente geschiedenis van de Sprint 1600. Dat was voor ons reden genoeg hem na afloop van dat seizoen op te zoeken voor een interview:

Het mirakel van Middelveld: Sprint 1600-kampioen met revolutionair concept

Een rappe blik op het rennerskwartier tijdens een gemiddelde NK-wedstrijd zegt genoeg: Een autocrosser kan niet zonder zijn team. Dat kan Dirk-Jan Middelveld zeker beamen na een intensief seizoen waarin hij zijn eerste Nederlandse titel in de wacht wist te slepen. Samen met zijn team blikt Middelveld terug op het succesvolle seizoen.

Een vijfkoppig team neemt op een mooie herfstavond plaats aan de tafel die in de werkplaats staat. Coureur Dirk-Jan Middelveld zit naast motorbouwer Martin Rotink. Aan de overzijde zitten monteur Jimmy Zwiep, broer Richard Middelveld en monteur Nick Broekman. André Palmers, een van de pionnen tijdens de wedstrijddagen, is afwezig. Vlakbij de ingang staat de bolide waar het kampioenschap in 2018 mee behaald werd. Kijkend naar de groene A&P waar de confetti van de huldiging in Bunnik nog in te vinden is, glimmen de mannen van trots. Tegelijk heerst er ook een soort van opluchting dat het in het afgelopen seizoen zo verlopen is en dat die eerste nationale titel eindelijk binnen is.

Eerst even terug naar het begin. Aan het begin van de jaren negentig komen de broers Richard en Dirk-Jan in aanraking met de sport en besluiten ze voor beiden een vrije standaard te bouwen waarmee ze in het noorden van Nederland mee in actie komen. De twee kregen van huis uit niets mee wat betreft motorische sporten. “Onze vader had een hekel aan alles wat kabaal maakte, behalve koeien”, vertelt Dirk-Jan. “Het leek ons gewoon leuk om te doen”, vult Richard aan. De twee winnen veel wedstrijden en kampioenschappen, maar Dirk-Jan ziet ook een nieuwe uitdaging. “We gingen een keer te kijken naar een RAMO in Langeveen en ik stond versteld van de snelheid van de Sprintklasse 1600. Ik was direct verkocht. Toen wilden we op den duur wel iets anders en je had geen NK’s voor de vrije standaard. We hebben beide auto’s verkocht en hebben we een gebruikte sprinter verkocht”, voegt Dirk-Jan toe. “We zijn direct met een 1600 gaan rijden. Eerst met een Renault-motor en toen we voor de eerste keer aan een NK meededen, toen was het nog mogelijk om voor een wedstrijd bij te schrijven, werd ik door John Lagodny op een ronde gezet. Dat weet ik nog wel.”

In 2006 rijdt Middelveld zijn eerste volledige seizoen in het NK en al snel krijgt hij de smaak te pakken. “We hebben in de eerste jaren veel op Team Rotink geleund”, zegt Richard, de twee jaar oudere broer van Dirk-Jan. “Op John. Die wist wel hoe het werkte en daar hebben we veel aan gehad.” Het zijn leerjaren voor de broers Middelveld die vanaf 2009 in actie komen met een krachtbron die geprepareerd is door Martin Rotink. Hij is vanaf dat moment betrokken bij het team en verantwoordelijk voor de Nissan-motor die op dat moment achter de sprinter hangt. In 2010 zet het team een volgende stap richting de top met de aanschaf van een nieuwe A&P. Dat wierp direct vruchten af, weet Richard: “We hadden een hele lichte auto gebouwd, we wonnen dat jaar geen finales maar wel een paar keer pole en we wonnen wat manches. Daar zijn we toen gewoon meer doorgegaan en in 2011 kwam de eerste overwinning in Visvliet.” Zo’n eerste overwinning blijft een dierbare herinnering, blijkt uit het enthousiasme waarmee erover verteld wordt. “Het was eigenlijk helemaal geen mooie dag, want het was een enorme baggerbende. De baan was heel nat en het was martelen. We stonden op de tweede startrij in de finale. Net voor de finales werd het droog en trokken ze de hele baan schoon. Daarna was het gewoon een biljartlaken en wonnen we.” 

In 2012 komt Middelveld in equipe met kevercoureur Jan Paul Klaster aan de start. Aanleiding is ziekte binnen het gezin. “Mijn vrouw werd ziek en we hadden andere prioriteiten. Jan Paul werd meteen tweede in Haarle, dat was wel een stunt.” Ook Middelveld zelf kroop later in het seizoen weer achter het stuur en had tijdens de laatste wedstrijd nog kansen om kampioen te worden. “Ik ging hard over de kop en toen lagen de gaskleppen op de baan”, blikt hij terug op de gemiste kans. “Ed van Asten werd toen kampioen.” Ook het jaar daarna is het net niet voor Middelveld als Rens van der Haas de titel pakt tijdens de laatste wedstrijd in Koudum. “Hij is door de jaren heen wel een soort kwelgeest voor me geweest. Hij is heel aardig, maar op de baan is hij vaak iets sneller”, aldus Middelveld. “Dat zat denk ik in de auto, zij hadden de gewichten van die auto’s al snel op orde en daar liepen wij nog een beetje achter. Hij is bovendien echt een goede rijder en we hebben altijd fair met hem kunnen rijden. Maar toch is het niet leuk als je daardoor steeds verslagen wordt.” In het seizoen 2014 komt Middelveld maar twee keer aan de start, de wagen staat op twee wedstrijden na het hele seizoen aan de kant. “M’n vrouw werd toen weer ziek en we hebben toen gezegd dat we de auto gewoon aan de kant lieten staan. We hadden ons wel ingeschreven en hebben in Lochem en Gendringen nog gereden. Die laatste wonnen we en in Lochem werden we tweede. Op de laatste dag was m’n vrouw er ook weer bij en familie uit Australië. Dat was wel heel mooi.”

In zowel 2015 als 2016 maakt Middelveld op de laatste dag nog kans op de titel, maar om verschillende redenen gaan die aan hem voorbij. Na een crash in de manches tijdens de slotwedstrijd in Baarle-Nassau wordt met man en macht gewerkt om de auto weer aan de start te krijgen, maar de snelheid is er dan niet meer. “[Edwin] Tolkamp had goede papieren aangezien Rens de finale niet haalde, maar die was veel te voorzichtig. Die werd zo kampioen terwijl hij vanaf de buitenkant toe moest kijken. Toen heb ik me nog wel even voor m’n kop geslagen…” In Hieslum, waar in 2016 de finale verreden wordt, gebeurt hetzelfde. “Rens moest vijfde worden en dat deed hij ook. Ik eindigde net achter Sven [Prinsen] en liep daardoor de titel mis. En toen was het weer net niet”, lacht Dirk-Jan.

De coureur uit Alteveer was inmiddels een vaste kracht in de top-vier van het kampioenschap, maar die titel ontbrak nog. En dus ging het team terug naar de tekentafel waar de plannen voor 2017 gesmeed werden. “We wisten dat we met dit Nissan-concept niet veel verder meer zouden komen, dat begon ons wel te dagen”, aldus Richard. “De auto was goed op de klei, de motor was sterk. Het hele spul werd alleen wat zwaar, vooral omdat de andere auto’s steeds lichter werden. Dan leg je het af.” Motorbouwer Rotink vult aan: “We wilden een concept waar alles in de lengte richting zit, anders moesten we de auto voor 80 procent verbouwen. We hebben geprobeerd te zoeken naar een concept waarbij we aan dit vast konden houden en we veel vermogen konden winnen. Toen hebben we nog wel wat andere dingen voor de Nissan uitgewerkt, maar we zaten nog steeds met een ietwat zware motor die veel vermogen had. De basis was robuust, maar het probleem van het gewicht bleef.”

En zo begon het jetski-avontuur voor team Middelveld. “Ik stuitte een keer op een cilinderkop van een Kawasaki, dat concept had ik al eerder gaan zien”, vervolgt Rotink. “We zijn gaan zoeken en het bleek dat die motoren bleken te bestaan. Het was licht, klein en met goede onderdelen. Dat is een beetje wat je voor een racemotor nodig hebt. Normaal zoek je of koop je dan een slopertje en ga je aan de gang, maar dat was er in dit geval niet.” Richard vult aan: “We hebben over de hele wereld spullen gehaald. Uit Canada, Australië, overal hebben we wel iets gekocht.” Omdat er geen ‘slopertjes’ verkrijgbaar waren, moesten alle onderdelen direct in nieuwstaat aangeschaft worden. Dat bracht, naast een hele hoop ellende, ook veel risico met zich mee. Rotink: “Het kan ook zo maar een mislukking zijn en dan moet je er een plantenbak van maken. Als je eenmaal van wal steekt, moet je eigenlijk ook de zekerheid hebben dat je door kan gaan. We hebben de knoop op een zeker moment doorgehakt niet wetende wat we nog allemaal mee zouden maken… Aanvankelijk leek het allemaal best wel te doen.”

Ons bericht uit 2017: Dirk-Jan Middelveld: Van Nissan naar Jetski

Toch bleek het een flinke opgave te worden om het project aan de praat te krijgen. “We zijn tegen problemen aangelopen waar je vooraf niet eens aan denkt. Maar toch bleek het heel taai om dat uit het concept te krijgen. Je hebt er natuurlijk niets aan als dingen stuk gaan. Het kost geld, het is niet leuk voor een team en wat dat betreft wil ik alles doen om die kansen zo klein mogelijk te maken.” Al snel bleek het niet haalbaar om het hele seizoen 2017 te rijden. “Daar hebben we onderling wel wat stress van gehad. We liepen tegen van alles aan, Martin was druk en wij wilden graag rijden”, aldus Richard. “We hebben toen wel wat pittige gesprekken gehad, maar het werd ook duidelijk hoe de verwachtingen ingevuld konden worden.” Met name de ontwikkeling van de afzonderlijke onderdelen nam veel tijd in beslag, aldus Rotink: “Ik moest overal een oplossing voor verzinnen zodat het betrouwbaar zou zijn. Ook met toeleveranciers hebben we van alles beleefd, dat ging ook lang niet altijd goed.”

Er was echter geen sprake van een zogenaamde ‘showstopper’ en ging de ontwikkeling door. “Ik heb nooit echt gedacht dat het niet goed zou komen”, zegt Rotink. “Ik wist niet hoe snel we ermee zouden worden. De eerste keer op de testbank was het snel klaar. De motor en het vliegwiel zaten niet meer aan elkaar. De getallen waren op dat moment ook niet baanbrekend. We hebben daarna weer wat dingen aangepast en toen we weer op de testbank stonden, waren we allemaal verbaasd over de resultaten. We hadden een schatting gemaakt, maar dit was toch beduidend meer. Dat was een boost.” Het team besloot in Gendringen, tijdens de vijfde en laatste wedstrijd van het seizoen, toch aan de start te verschijnen. Zonder succes. “Dat was niet van lange duur, maar we hadden na anderhalf rondje wel gezien dat het hard ging”, zegt Richard. “Ik had het wel gezien.”

Week na week wordt op een stukje terrein in de buurt getest om te bekijken of de kinderziektes inmiddels uit het concept verdwenen waren. “We dachten dat we het er ongeveer wel uit hadden”, vervolgt Rotink, “en gingen testen in Pieterzijl en hier in Alteveer.” Dirk-Jan vult aan: “In Pieterzijl hebben we het hele weekend in de olie gelegen. Ongelooflijk. Het gaat dan om een combinatie tussen het toerental en de G-krachten die vrijkomen en die kun je alleen maar tijdens een wedstrijd simuleren. Daar hebben we twee dagen heel veel gereden en iedere manche hebben we wel iets veranderd. Dat was een nuttige test.” Toch bleek het concept nog niet bulletproofen sloeg het noodlot twee weken voor de eerste NK in Haarle toe. Rotink: “We dachten dat we het krukas/vliegwiel-deel nu stabiel hadden, maar het ging toch weer stuk. Dat brak twee weken voor Haarle en dat was wel een momentje. Er was nog maar weinig tijd en dit was een onaangename verrassing die we zo kort voor het seizoen nog krijgen. Dat kun je niet gebruiken, maar we hebben weer een oplossing gezocht. Het was de keuze om niet te rijden of te rijden met iets wat niet perfect was, maar op hoop van zegen.”

Op wonderbaarlijke wijze bleef het tijdens de eerste NK in Haarle allemaal heel en snelde Middelveld naar de overwinning. “Als coureur kun je terugvallen op ervaring, maar ik kende de auto eerst helemaal niet terug. Je kent het spelletje gelukkig en als het goed voelt en hard start, kun je direct naar voren stuiven. Vanaf de eerste manche ging het goed, ik kwam van de derde rij en kon mensen inhalen. Dat was een enorme boost.” Gevraagd of Middelveld nog aan de techniek denkt als hij in de wagen zit, zegt hij: “Ik geloof niet dat ik heel ruig ben, maar ik ben er niet heel erg mee bezig of die auto het wel houdt. We hebben er allemaal lampjes ingebouwd, maar daar moet je ook niet te veel door laten leiden. Dat deed ik toen nog wel, maar als je verder niets ziet moet je doortrappen. Ik was wel getergd en ik wilde wel graag laten zien dat we konden. Dat pakte wel aardig goed uit.”

Ook voor het team komt de overwinning op een belangrijk moment. Nick Broekman, jeugdvriend en al jarenlang betrokken bij het team, zegt: “Op zo’n moment kun je bijna wel janken. Het is onvoorstelbaar hoeveel energie en tijd we erin gestoken hebben met z’n allen. Dat is onbeschrijflijk.” De eerste wedstrijd in Haarle gaf het team een belangrijk signaal, zegt Dirk-Jan: “We geven niet snel op, maar dit was wel een moment dat we de handdoek in de ring hadden kunnen gooien voor het seizoen, dat we het in 2018 nog niet goed zouden krijgen.” Ondertussen werkte Rotink door aan oplossingen: “Daar waren we mee bezig, maar die krijg je niet heel snel klaar in een seizoen. Het seizoen had in Haarle kunnen mislukken als we daar weer panne hadden gehad.” 

Middelveld had de eerste wedstrijd van het seizoen nog nooit gewonnen en gaf dat in Noardburgum een mooi vervolg: “Als je twee keer overtuigend wint… Ik had nog nooit op een zandbaan gewonnen en dat ging in Noardburgum op dezelfde manier. Weer de volle mep in de manches en de finale weer snel. Dan heb je wel de bevestiging en begin je al na te denken over het kampioenschap.” Voor technicus Rotink reden om preventief te werk te gaan. Richard legt uit: “We hebben alles vervangen en zodra we loopsporen zagen, hebben we het vervangen. We wisten dat het twee wedstrijden goed bleef, daar hielden we ons aan vast. Nick heeft het hele land gezien om onderdelen te halen.” Op het oog heerste er relatieve rust in de tent van Middelveld gedurende de wedstrijden. “De strijd zat voor ons meer in de weken tussen de wedstrijden”, stelt Rotink. “We hebben voor drie NK’s op de laatste dag het spul nog weer in moeten bouwen en vooral met de NK’s waar we maar weinig tijd hadden, was dat lastig.”

In Rosmalen sleept Middelveld opnieuw vijf bonuspunten in de wacht en komt hij in de finale tot een goede derde plaats. De wedstrijd daarna gaan de alarmlichten echter wel af als de coureur op wil rijden naar de start in Holterhoek. “We hebben op de wedstrijddag zelf maar een keer stress gehad en dat was in Holterhoek”, vervolgt Dirk-Jan. “We hadden er niet op gerekend dat de klepveertjes stuk zouden gaan. Dat was wel een domper.” In Halle stond het team weer fris aan de start, maar liep het niet zoals gehoopt. “We hadden de focus op alle grote dingen, maar daardoor waren we een aantal kleine basisdingen vergeten”, vertelt Richard. “We hadden een koppelingsprobleem, dat was gewoon stom. We zochten het probleem veel dieper.” Toch was coureur Middelveld niet ontevreden met het resultaat. “Je merkt wel dat je met dit concept een derde plek dat het hartstikke goed is, je hebt iets over. Ik kon me permitteren om een keer niet met het mes tussen de tanden rijden en dat is wel fijn. Dat was in Halle zo en dan wordt je derde voor Rob van Mierlo. Ik moest nog een ronde en toen gingen alle alarmlichten aan, maar ik ben gewoon doorgereden met de hele disco aan. Direct na de finish heb ik ‘m uitgezet, ik was al blij dat ik dat haalde. Dat liep met een sisser af, er was niets ernstigs aan de hand.”

Zo ging Middelveld als leider naar de wedstrijd in Bunnik en andermaal werd de voorbereiding op die wedstrijd groots aangepakt. “Tussen Halle en Bunnik zat wat meer tijd en toen hebben we werkelijk alles uit elkaar getrokken. De bak, de motor, de ophanging, de aandrijflijn. Er is nog een frisse krukas geplaatst, we hebben niets aan het toeval overgelaten. Dat was voor mezelf wel een wedstrijd waar ik naartoe ging en wist dat het voor mezelf niet mis kon. Dat gevoel had ik wel. Meer konden wij er niet aan doen.” Bovendien had Middelveld marge ten opzichte van Rob van Mierlo en Danny Lauf, de naaste concurrenten in de titelstrijd. “Die jongens moesten komen en mochten geen steken laten vallen. De dag verliep eigenlijk heel goed”, blikt Dirk-Jan terug. “Maar als je de voorgeschiedenis kent, weet je dat het niet uit de lucht kwam vallen.” In de finale kwam het kampioenschap van Middelveld eigenlijk niet meer in gevaar na de laatste bocht en mocht hij richting het grote podium voor de huldiging. Op de vraag of hij het behalen van de titel al besefte, zegt hij: “Later komt het besef pas waar je al die jaren voor gewerkt hebt. We hebben natuurlijk jaren in die tent gestaan en mensen met auto’s dat podium op zien rijden, zelf hebben we er ook wel gestaan maar dan zonder auto. Dat wouden we graag een keer halen. Het is heel mooi dat je dat met die jongens kunt doen, het is heel mooi dat je dat met z’n allen kan doen.” 

2020: Een nieuw concept, maar de jetski is gebleven

Het verdedigen van de Nederlandse titel verliep in 2019 niet zoals gehoopt, maar in Alteveer lag al een nieuw plan op de plank. De jetski-motor is gebleven, maar voor het nieuwe seizoen werd een Trackline-frame gekocht. Helaas moeten we nog even wachten totdat we deze wagen in actie gaan zien.