CrozzClassics: Interview met René van der Coelen (2018)

Het is weer zo’n zondag dat we op een aantal plaatsen in het land samen hadden moeten komen voor actie op de baan. Dat moment hebben we vanwege de coronacrisis even uit moeten stellen. Om de pijn te verzachten duikt de redactie van DeCrozz.nl iedere zondag in het archief, op zoek naar een oud archief. Vandaag zijn we aangekomen in 2018, toen René van der Coelen de Nederlandse titel in de Superklasse pakte. Het interview verscheen in het uitverkochte NK Autocross Jaarboek 2018.

Interview

René van der Coelen: Kampioen van de regelmaat

Wie voorafgaand aan het Eurol/Veka NK Autocross voorspeld had dat René van der Coelen (30) Nederlands kampioen zou worden in de Superklasse, had flink kunnen incasseren bij het wedkantoor. En toch flikte de Limburger het in de zes wedstrijden waar op het scherpst van de snede gestreden werd en waar het zo nu en dan een ‘kwestie van overleven’ was.

Het is even na 23.30 uur op zaterdag 15 september 2018 als Van der Coelen met zijn team het podium op mag in Bunnik. Hij wordt gehuldigd als de nieuwe kampioen in de koningsklasse van de autocross. Een handvol uren eerder staat hij aan de start van de allesbeslissende finale in de Superklasse. Kort na de start gaat het mis. Van der Coelen spint en een concurrent botst op zijn wagen. Daar blijft het niet bij, op bizarre wijze komt de wagen van Dennis Kuijpers bovenop die van Van der Coelen terecht. De titelkandidaat stapt uit, pakt zijn mobiele telefoon uit zijn overall, belt koeltjes naar het team en somt de onderdelen op die beschadigd geraakt zijn bij het incident. Zijn wagen wordt met een kraan van de baan getakeld en in het rennerskwartier staat een peloton aan ‘personeel’ klaar om de schade te herstellen. Van der Coelen zelf komt even uit de wagen, maar snoert zich ook weer redelijk snel in. “Een mannetje meer of minder… Dan kan ik zelf beter kalm blijven”, vindt hij. Het lukt. De vier wielen wijzen weer de goede kant op na de officiële sleuteltijd en de wagen staat weer gereed voor de herstart. 

“Na de series viel er wel een last van m’n schouders”, vertelt de Limburger. “Ik moest m’n kop erbij houden en het gewoon doen. Door de extra punten die ik pakte in de manches had ik wel speelruimte, maar de start in de finale was heel slecht. Ik ging met veel wielspin weg en kwam laat op gang. Het was nat in de eerste bocht en iedereen remde redelijk vroeg. Ik probeerde gewoon aan te sluiten, maar de auto raakte in onbalans. Er gebeurde iets met de stuurinrichting en ineens stond hij [Kuijpers] op mijn dak.” Gevraagd hoe moeilijk het is om op zo’n moment de rust te bewaren, zegt hij: “We hebben een afspraak, zeker op dit soort momenten. Na het uitstappen bel ik met de jongens en geef ik de schade door die ik kan zien. Zo kunnen zij alles vast klaar maken als ik terugkom.”

Ondanks dat Van der Coelen serene rust uitstraalde, kookte hij vanbinnen. “Ik dacht dat het klaar was… Ik zag dat de radiateur lek was, in eerste instantie dacht ik dat het om een oliedruksensor ging, maar het bleek koelwater. We hadden gelukkig een radiateur bij en die konden we vervangen. Ik ben de jongens heel dankbaar dat ze het allemaal weer gemaakt hebben, ze hebben heel wat moeten sleutelen.” Bij de herstart ziet Van der Coelen opnieuw dat Nap een raketstart maakt terwijl hij zelf niet tevreden is. “Mijn start was weer slecht, ik had weer veel wielspin. Ik zag dat Jeremy bij de eerste twee lag en moest dus nog een plekje naar voren. Hij maakte een foutje, ik heb niet gezien wat er gebeurde. Ik ging er voorbij en moest me blijven concentreren. Mijn missie was duidelijk: Als hij nog een keer voorbijkomt, dan maar gewoon bij hem in de buurt blijven. Toen zag ik hem niet veel later dat hij stilstond en dat de buit binnen was.”

Het was niet de enige finale waar chaos heerste in 2018. “De Superklasse is altijd al een hectische klasse geweest en dat maakt het ook wel mooi. Noardburgum was wat dat betreft ook wel een dramatische finale.” Daar gaat het al snel na de start mis bij het remmen voor de eerste bocht. “Het enige wat ik weet is dat Peter [Versluis] ineens naar rechts kwam en mij en Lars [Goossens] meenam. Dat is wat er gebeurde. Hij zei na afloop dat hij een tikje kreeg, waarschijnlijk van Jeremy [Nap] dan. Hij ging rechtsaf en we zaten allebei aan die kant. Het was een geluk bij een ongeluk dat ik niet op m’n dak ging want ik denk niet dat het dan bij een keer rollen gebleven was. Ik weet nog dat ik neer kwam en dat ik andersom stond en dat Dennis Kuijpers recht op me af kwam. Die kon gelukkig net voor me stoppen.”

In Holterhoek, de vierde NK van het seizoen, heerst de chaos eveneens. Als Van der Coelen langs de buitenkant Versluis en Tim ten Dolle wil passeren, wordt hij geraakt en crasht hij. De auto heeft flinke schade. Er wordt druk gesleuteld voor de herstart, maar de TC geeft geen toestemming om te rijden aangezien de remmen van de wagen niet volledig functioneren. Met dank aan de andere resultaten in de manches kwalificeert Van der Coelen zich als een-na-laatste voor de finale. “Dat was zeker een hele hectische dag voor ons, maar als je dan van achteren naar voren rijdt is de dag al snel geslaagd”, vervolgt Van der Coelen die op de Duitse grens een knappe derde plaats pakt achter Nap en Ralf Lücke. “In Holterhoek heb ik wel meer steken laten vallen dan in bijvoorbeeld Rosmalen [ook tweede]. In Holterhoek zaten we iets te ver naar buiten, zat ik een keer in de verkeerde versnelling. Maar als je naar het verloop van die dag kijkt, ben ik heel blij met dat resultaat. Dat [resultaat] was voor de jongens die ons altijd geholpen hebben wel heel speciaal. Ik heb het publiek [dat zich liet horen] amper gehoord. Ik ben op zo’n moment echt met de wedstrijd bezig.”

Het is niet de eerste keer dat Van der Coelen kampioen is geworden. In 2013, het jaar dat hij ook volledig bij zijn vader in het bedrijf aan de slag gaat, stelde hij met Wilhelm Franssen de titel veilig. “Ik reed van 2008 tot 2012 al in de Sprint 1600 Toen heb ik een jaartje niets gedaan vanwege de verhuizing van het bedrijf. We hadden een pand gekocht en we moesten het een jaartje rustiger aan doen. Toen we Wilhelm in dat seizoen als klant kregen, vroeg hij of we niet samen konden rijden. Dat jaar pakte heel goed uit, we werden Nederlands kampioen in Koudum.” Met de titel op zak gaat Franssen zijn eigen weg in de Superklasse en kiest Van der Coelen voor een avontuur in de Sprintklasse 2000. Eenvoudig was die overstap zeker niet, voegt hij toe: “We hebben er ongeveer twee jaar over gedaan om dat op orde te krijgen, het eerste jaar was helemaal dramatisch. Toen werden we veertiende. Voor het jaar 2015 hebben we vervolgens een paar dingen aangepast en toen ging het beter. We werden zesde nadat het in de tweede helft van het seizoen begon te kloppen.” Toch is het voor Van der Coelen wel zaak om verder te zoeken. “Ik rijd graag vierwielaandrijving en toen hebben we het hele concept omgebouwd zoals we er nu mee rijden. Dat zijn we blijven ontwikkelen tot wat er nu staat.”

In 2017 lijkt Van der Coelen steeds meer snelheid te vinden en vanaf halfweg komen de resultaten stilaan. In Toldijk schopt hij het tot een vierde plaats gevolgd door een vijfde stek in Gendringen bij de afsluiting van het seizoen. Gevraagd of die observatie klopt, bevestigt Van der Coelen: “Ik ben de laatste twee of drie jaar heel druk geweest op het werk en dan kom je met je eigen project heel laat. Dan heb je geen tijd om te testen en dat was vorig jaar inderdaad ook zo. We wisten hoe het ongeveer moest kloppen en toen kwamen we eigenlijk pas halverwege het seizoen een beetje op gang. Toen hebben we besloten alles uit elkaar te halen, de motoren na te laten kijken, auto opnieuw opbouwen en toen stonden we in december of januari al klaar en konden we een fatsoenlijk testprogramma afwerken. Dat heeft ons wel veel gebracht. Ook het zelfvertrouwen wordt dan beter, je went meer aan de auto en je herkent ieder geluidje.”

Het betaalt zich direct uit tijdens de eerste NK van het seizoen in Haarle. “Dat is voor mij wel de beste wedstrijd van het seizoen. We hadden wel wat zandbanen getest en wisten dat de snelheid goed was, maar we reden dan vooral tegen wagens uit de Sprint 2000. Dus we wisten nog niet helemaal waar we stonden. De snelheid zat er wel in, maar je weet niet hoever je kunt komen. De opbouw van de wedstrijd was goed en ik was blij met hoe alles in de manches verliep. Wat dat betreft hebben we daar wel het maximale gehaald wat erin zat. Dat was wel een verrassing. Aan het eind van het jaar had ik wel in willen zetten op een top-vijf, maar dat we mee zouden doen om het kampioenschap had ik zeker niet verwacht.”

Niet alleen heeft Van der Coelen dat nodig om wedstrijdritme op te bouwen, ook de wagen vergt een grote mate van aandacht. “Dit is in de Superklasse niet de snelste wagen. Wij denken nu serieus na hoe we verder gaan na dit seizoen. Wij zijn zeker de snelste niet met deze auto, je moet vooruit in de toekomst. Als ik bij de start sta en de anderen zie, weet ik dat ik het op snelheid niet ga winnen. We moeten een manier vinden op meer vermogen te krijgen. Het is eigenlijk maar een 2 liter, maar als je in de Superklasse echt snel wil zijn, heb je meer cilinderinhoud nodig en ook meer body. Anders ga je het in de toekomst niet meer redden.” Toch is het concept waar Van der Coelen mee reed en uiteindelijk kampioen mee is geworden, heel uniek. “We rijden nu al vier jaar met twee Suzuki GSXR’s, dat is eigenlijk niet veranderd. We hebben wel eens wat gewisseld en we hebben er twee stuk gehad.” Dat maakt het unieke concept niet aantrekkelijk voor iedereen. “Als je voor het makkelijke wilt gaan, kun je beter voor één motor gaan. Als je technische kennis hebt en je het een leuke uitdaging vindt, is het leuk. Anders moet je het niet willen.”

Waarom dan toch de keuze voor dat concept? “In het begin, in 2012, werd Ed van Asten kampioen met een auto van ons. Toen hebben we in het begin best wel veel problemen gehad, daar zijn we met het team uiteindelijk wel uitgekomen maar we hebben ook wel avonden gehad dat we het echt niet meer zagen zitten en dat er geen logische in zat, maar pas halverwege het seizoen viel alles op zijn plek en werd hij kampioen. Dat was heel mooi, toen twijfelden we wat we wilden doen. We wilden niet precies hetzelfde kopiëren, maar hebben wel hetzelfde principe gehanteerd met twee 1000cc-motoren. Daar is het mee begonnen. Uiteindelijk kun je met twee motoren die vrij standaard zijn, veel vermogen halen en dat is wel de grootste reden om zoiets te doen. Je zit met gewicht, je kunt kiezen voor automotoren of een enkele motorfiets en als je een goede automotor moet bouwen of je bouwt deze twee motorfietsen lekker op, dan ben je relatief goedkoop onderweg. Uiteindelijk komt het wel op hetzelfde neer, hier is ook wel wat aan gedaan. Ik heb een reservemotor en die moet je ook klaarmaken. Dus uiteindelijk scheelt het niet veel, voor het goedkope hoef je niet te gaan autocrossen.”

Bovendien merkt Van der Coelen dat de sport steeds exclusiever wordt. “Het is niet meer weggelegd voor mensen die een normale baan van 9 tot 5 hebben. Je moet een goede sponsor hebben of zoals het bij ons begonnen is: Met het maken van frames konden we onze eigen hobby iets goedkoper maken. Daar is mijn vader 25 jaar geleden mee begonnen en dat scheelt heel veel”, voegt hij toe. Aan de andere kant heeft het hoge niveau ook weer zijn voordelen: “Een kampioenschap als het NK moet een bepaald niveau hebben. Een voetbalclub in de Eredivisie staat ook hoger aangeschreven dan een amateurclub, dat hoort erbij. Toch is de sfeer wel een stuk beter dan in bijvoorbeeld de rallywereld. Daar kun je niet zomaar iets lenen van een ander en in de autocross is het meer ons kent ons. Dat gaat in de toekomst ook wel zo blijven denk ik.”