CrozzVisie: ‘The Pink Panther’ opvallende smaakmaker op onbekend toneel

Zonder enige ervaring op asfalt debuteerde Jan Kuin afgelopen weekend in het WK Stockcar F1 in Foxhall Stadium, Ipswich. Hij werd de grote smaakmaker van het weekend. Tijd om zijn prestaties in perspectief te plaatsen.

Een korte résumé: Jan Kuin is al jaren rodeocoureur. Vorig jaar kocht hij een stockcar van de gebroeders Koorn. Aanvankelijk ging het wat betreft de resultaten niet heel goed. Toegegeven, de Stockcar F1-klasse is een lastige klasse om voet aan de grond te krijgen. Na een winter werken verscheen de auto in de kenmerkende roze kleur op de baan en ging het Kuin voor de wind. Met diverse overwinningen nestelde hij zich aan kop van het nationale puntenkampioenschap waar hij tot op de dag van vandaag nog altijd bivakkeert. Hij promoveerde van witdakker naar superstar en plaatste zich voor het wereldkampioenschap in Ipswich.

Een WK op asfalt. Niet de ondergrond waar Kuin ervaring op heeft, laat staan goed op uit de voeten kan. Het is een ander spel, vergt – volgens velen – ander materiaal en is vaak veel geavanceerder dan het spel op de gravel of klei. Waar anderen besloten de WK aan zich voorbij te laten gaan besloot Kuin gewoon mee te doen. Het kan immers de enige keer zijn dat je je plaatst voor de WK. Het bleek een goede beslissing. Na wat training, hulp van ervaren asfaltrijders mocht Kuin meedoen aan de tijdkwalificaties waarmee de gridposities voor de buitenlandse rijders bepaald werden. Hij kwam tot een plaats op de zeventiende rij, naast de Nieuw-Zeelander Kerry Remnant.

En vanaf daar werd het interessant. Waar de meeste Nederlanders – in alle eerlijkheid – een kleurloze wedstrijd reden, maakte Kuin er het beste van. Vier Nederlandse deelnemers schakelden zichzelf min of meer bij een crash in de eerste bocht. Kuin hield zijn hoofd koel en reed een volwassen race. Het bijzondere was dat Kuin een van de twee coureurs was die de latere wereldkampioen een tik probeerde te verkopen. Hij slaagde daarin, maar het was niet genoeg om Nigel Green te doen wankelen. Green vroeg zich na afloop af wat ‘The Pink Panther’ wilde bereiken met zijn actie. Wat betreft he resultaat had het voor Kuin niet uitgemaakt, maar de poging getuigde van enorme wilskracht.

En die wilskracht was precies waar Kuin het op Ipswich van moest hebben. Kuin had niet het materiaal om de wereldtitel te winnen. Kuin heeft niet de ervaring om de WK te winnen. Maar Kuin deed – in tegenstelling een aantal tot onze landgenoten – niet mee om zich naar de slachtbank te laten leiden. In de races daarna deed Kuin niets onder voor de Nederlandse asfaltrijders.

Amper dertien maanden na zijn Stockcar F1-debuut stond Jan Kuin in de wereldfinale en liet zien wat hij in zijn mars heeft. Daar neem ik mijn hoed voor af.

PS: Kuin zou een dag later tijdens de races op Northampton terugbetaald krijgen van wereldkampioen Green met een forse tik richting de muur. Zie onderstaande video. It’s all in the game.