Interview: Familie Bijlsma al veertig jaar besmet met het crossvirus

Marten Bijlsma beleefde in 2016 zijn definitieve doorbraak in de Stockcar F1-klasse met de overwinning van het nationale puntenkampioenschap en deelname aan het wereldkampioenschap in Coventry. Zijn broer Johannes Bijlsma en neef Jelle debuteerden op succesvolle wijze en trotse vaders Ouwe Bijlsma en Joop Bijlsma zagen dat het goed was. Begin 2016 werd deze crossfamilie pur sang door DeCrozz.nl geïnterviewd en dat werd gepubliceerd in het programmaboek van de Friese Autocross Club:

Hoeveel mensen zijn er met een passie voor sport? Heel veel. Families die volledig opgaan in het stockcarracen? Ze zijn er niet veel meer. Een goed voorbeeld is de familie Bijlsma uit Sint Annaparochie. Al meer dan veertig jaar gaan Joop en Ouwe Bijlsma de banen af en de zonen nemen het roer over. Tijd voor een bezoek aan deze echte stockcarfamilie.

Het is vrijdagavond, kort voor de start van het seizoen. Op vier verschillende plekken in de bedrijfshal van de familie Bijlsma wordt gewerkt aan stockcars. Alle zeilen moeten bijgezet worden om de auto’s klaar te krijgen voor het seizoen dat halverwege maart alweer begint. Elk vrij uurtje wordt gespendeerd door de Bijlsma’s die in 2016 met maar liefst vier auto’s op de baan komen. Hoe het allemaal begon? Daarvoor moeten we terug naar de jaren zeventig.

“Toen vlogen ze hier met kevertjes over het erf”, vertelt Joop, de oudste van het stel. “Op een gegeven moment ging het er zo hard aan toe dat ze hier zeiden: ‘ga maar crossen, dat is beter’.” Joop had toen helemaal niet last van het crossvirus: “De vonk sloeg bij mij pas later over.” Ouwe wel, die was van jongs af aan al besmet met de ‘ziekte’, zoals Joop het zegt.

Het duurde niet lang voor een eerste auto gebouwd werd. Een Toyota met een kruischassis. Er werd een 1800cc Fiat-motor op de kop getikt en de heren Bijlsma waren klaar voor de cross. “Onze eerste wedstrijd reden we in Westergeest. Daarna was het klaar, ook ik was besmet met het virus.” Ouwe mocht op dat moment in 1976 nog niet rijden, vertelt hij: “Joop reed toen met de auto en een jaar later heb ik ook gereden. Dat was tijdens de cross in Nijland die Fokke Louwsma destijds organiseerde. We zeiden dat ik m’n rijbewijs thuis had laten liggen en toen mocht ik rijden.” In werkelijkheid had Ouwe zijn rijbewijs helemaal nog niet gehaald. “Pas in 1978 had ik m’n rijbewijs en toen ben ik echt begonnen met crossen.” Vrij snel sleept Bijlsma de eerste titel binnen, in 1981 wordt hij kampioen bij de FAC. Tot halverwege jaren tachtig rijdt Ouwe met een auto die nog altijd in goede staat is. Regelmatig komt Ouwe met deze auto in actie in de heritage klasse.

Ouwe Bijlsma, Stockcar F1, Heritage klasse, Hallum

Broer Joop rijdt op dat moment niet, met een goede reden. “In 1979 sloeg ik op Sint Maarten een paar keer hard over de kop. Later bleek dat ik daar m’n borstbeen heb gebroken en toen vond Hait het even niet verstandig dat ik ging rijden. Ik heb drie weken in het ziekenhuis gelegen en ben geopereerd. Pas na een paar jaar heb ik weer een auto gebouwd voor de cross.”

In 1986 zet Ouwe zijn zinnen op een nieuwe auto, een Nigel Whorton-replica wordt gebouwd. Die auto is vanaf het begin redelijk succesvol als er weer een kampioenschap bij de FAC gewonnen wordt. Ouwe stopt echter in 1990: “In die tijd kwamen de kinderen en had ik het te druk. Toen heb ik het spul verkocht.”

Drievoudig Nederlands kampioen

Het duurt best lang voor Bijlsma de smaak weer te pakken heeft. Eind 1995 wordt Bijlsma benaderd door de gebroeders Groenewoud. “Zij waren altijd bij Jan Sietse Hofstra en wilden voor mij wel een auto bouwen”, vertelt Ouwe. “We hadden nog wat assen en een motor liggen en ze hebben de auto zo simpel mogelijk gebouwd met onder andere bladveren.” Met die stockcar rijdt Bijlsma tot op de dag van vandaag.

Het was wel de ommekeer in de crosscarrière van Ouwe. “Als zij die auto niet gemaakt hadden, had ik nooit weer gereden.” Marten vult aan: “En wij dus ook niet.” Het ontbrak Ouwe aan de tijd om zelf de auto te onderhouden: “Daar moesten zij mee redden en dat hebben ze ook heel lang gedaan. Die jongens zaten vol vuur en het rijden ging goed.” Na een tijd stopten de gebroeders wel met het onderhoud en werd het overgenomen door de huidige monteurs. Het leverde drie Nederlandse Kampioenschappen op, maar ook nog eens vier clubkampioenschappen bij de FAC op Blauwhuis.

Op pad met de jeugd

Ook de zonen van Bijlsma zijn besmet met het virus. Marten: “Ik hoorde op de middelbare school dat ze in Lelystad een juniorklasse hadden waar de jeugd mocht rijden. Ik zag dat totaal niet voor me. Op onze leeftijd hadden we toch helemaal nog geen rijbewijs?” Eenmaal thuis aangekomen werd het voorgesteld aan vader Ouwe. In eerste instantie leek het Ouwe maar niets: “Daar tussen al die ‘hokkelingen’ in Lelystad, dat leek me geen goed plan.” Een jaar later ging Ouwe toch om. “Hij was overtuigd, hij moest rijden. Toen hebben we hem een keer laten rijden op Lelystad in een auto van Koorn.” Met flink schade kwam Marten van de baan, de gehele neus stond scheef voor de auto. Toch was de test geslaagd en ging Martens droom in vervulling: “Diezelfde auto hebben we toen gekocht en daar heeft hij het eerste jaar mee gereden.”

Johannes Bijlsma, Stockcar F1, Team Bijlsma Racing, Blauwhuis

“Ik heb van m’n veertiende tot m’n achttiende in de juniorklasse gereden,” aldus Marten. Twee jaar later begon Johannes ook bij de junioren. Marten vervolgt: “Daarna zijn we overgestapt naar de 1400-klasse maar na een jaar hebben we de auto verkocht.” Als beide jongens rijden, mindert Ouwe al met rijden in de stockcar: “Ik had eigenlijk geen tijd meer voor de stockcar. Bert, een van de vaste monteurs, was constant aan de gang met de jongens.”

’Jongensdroom wordt werkelijkheid’

De zonen van Ouwe en Joop zijn meegegroeid en verdienen inmiddels hun sporen in de stockcarwereld. “Toen we klein waren gingen we al met Hait mee naar Engeland”, begint Marten. “Toen was ik er niet heel erg mee bezig maar nu is dat helemaal uit de hand gelopen. De eerste keer dat ik in Blauwhuis reed won ik een manche, dat was nog op de oude baan.”

Na een aantal keer gereden te hebben in de auto van Ouwe besluiten de heren zelf te bouwen. “Met hulp van Johannes en Jelle. Hait en Ome Joop hielpen wel eens mee en gaven wat adviezen maar verder hebben we het helemaal zelf gedaan.” Inmiddels is Marten bezig aan zijn derde seizoen in de koningsklasse en is tot nu toe zeer tevreden: “Het is wonder boven wonder vanaf het begin heel goed gegaan. In m’n tweede wedstrijd werd ik tweede in de finale. Datzelfde jaar won ik de EK op Hallum en de Gouden Helm op Speedway Emmen. Bijlsma promoveert naar blauw.” Voor komend seizoen is de doelstelling helder: “De laatste WK rijden op Coventry zou toch speciaal zijn.”

Marten Bijlsma, Team Bijlsma Racing, Blauwhuis, Stockcar F1

En dan is er Jelle, de zoon van Joop, die de ex-Wieger Minnema auto opnieuw opgebouwd heeft. Een droom wordt werkelijkheid: “Ik had niet gedacht dat ik dit ooit echt zou doen. Ik heb altijd met modelstockcars gereden en op een gegeven moment heb je dat lang genoeg gedaan en kijk je verder.” Jelle kreeg de stockcars met de paplepel ingegoten: “Van kleins af aan ben ik altijd meegeweest naar de cross en dan komt er een moment dat je ook zelf wilt rijden. Dan hadden m’n ouders me maar niet mee moeten nemen”, vertelt Jelle lachend die veel van de bouw zelf deed: “Al doende leer je het meest dus ik heb heel veel van de auto zelf uit moeten vinden. Marten en Johannes hebben me wel geholpen maar ik heb wel veel alleen gedaan aan deze auto. Dat werkt voor mij het prettigst.”

Voor tips klopt Jelle bij vader Joop aan. Die had er eerst niet zoveel vertrouwen in: “Eerst dacht ik dat het niets zou worden, maar ik vind het machtig dat hij het zover schopt. Ik dacht dat hij het zou onderschatten. Het is niet klaar als die auto gebouwd is. Er komt veel bij kijken.” Het was eerst de bedoeling dat Jelle niet te veel aan de auto zou doen, maar dat veranderde snel weet Joop: “Die mannen vinden het bouwen zo mooi dat ze ‘m gelijk flink onder handen genomen hebben.”

Ook Johannes debuteert in de stockcars dit seizoen. Na een periode in de juniorklasse, een aantal races in de bangerstox en de FAC 1600 staat er nu toch een stockcar klaar voor de jongste Bijlsma. Voor advies ging hij naar Marten: “Ik vroeg wat nou eigenlijk het verschil was tussen de F1 en de auto van de FAC 1600. ‘Je moet gewoon gas geven, het is bijna hetzelfde’ was het antwoord. Toen mocht ik de auto van Hait een keer proberen op Blauwhuis. Uit de bocht gaf ik vol gas en de helm sloeg me bijna van de kop, zo’n kracht zat er in die auto.” Het is echt wennen als nieuweling, weet ook Marten: “Ik ben nu eindelijk een beetje aan de snelheid gewend. Dat heeft bij mij ook even geduurd maar nu kan ik rustig om me heen kijken en wat aanpassen aan bijvoorbeeld de rembalans.

Wat de jongens van hun vader overgenomen hebben? “Het bekeken rijden heb ik van hem overgenomen”, vertelt Marten. “Ik probeer me niet op te laten naaien en goed vooruit te kijken. Het is een kwestie van concentratie. Jelle denkt er wat anders over: “Mijn Hait mocht altijd graag de bumper gebruiken en dat vind ik ook wel leuk!”

Jelle Bijlsma, Stockcar F1, Team Bijlsma Racing, Sint Maarten

Verbroedering is het toverwoord

Inmiddels zit de hele club in de kantine. Onder het genot van een glas bier en een stukje worst wordt de week doorgenomen. Sterke verhalen, maar ook alledaagse zaken vliegen over tafel. Het is een vast ritueel bij de Bijlsma’s op vrijdagavond. Het stockcarracen heeft gezorgd voor een hechte familieband. Marten vertelt: “De hele familie leeft ervoor. Zo zijn er veel familie’s in de sport die een hoop met elkaar op pad zijn.” Joop vult aan dat het een ‘ziekte’ is. De rest knikt instemmend. Ouwe besluit: “Deze sport zorgt voor verbroedering.”