Interview Franke Kooistra: ‘Wat was het altijd mooi samen’

Met de Nederlandse titel in de vrije standaardklasse bekroonde Franke Kooistra zijn crossloopbaan. Uitgerekend in het jaar dat zijn broer overleed werd het Open NK Vrije Standaard op Kollum gewonnen. “Eigenlijk wilde ik wel stoppen met het crossen.”

Amper zes dagen na de overwinning in Kollum is Kooistra alweer in het hok bezig om de laatste hand te leggen aan de auto. “Zaterdag maar weer even rijden in Blije”, zegt Kooistra. Deze keer mag hij als Nederlands kampioen aan de start komen, het zegt genoeg over het bijzondere verhaal van de man uit De Tike die op zijn zeventiende begon met autocrossen.

FrankeKooistra1

De titel van Kooistra kwam niet als een verrassing. Op Kollum werd al eens een overwinning binnen gesleept en in het kampioenschap was hij een van de vaste kandidaten. In 2014 werd in de destijds slopende NK een derde plaats behaald. “Maar dat ik uitgerekend dit jaar zou winnen, had ik niet kunnen bedenken”, vertelt Kooistra. De voorbereiding, vooral op Kollum, was echter verre van ideaal: “Twee keer stond ik als derde in de finale op Kollum. De eerste keer viel ik uit en met Pinksteren maakte ik een dikke klapper. Toen dacht ik dat de auto klaar was. Dat viel gelukkig mee.”

Met twee overwinningen en een tweede plaats plaats Kooistra zich ruimschoots op de eerste rij voor de finale. In die finale was het eerst behoorlijk knijpen, legt Kooistra uit: “De eerste twee ronden gingen echt hard om hard. Ik dacht dit kan ook zomaar fout gaan. De finale duurde erg lang en elke keer kom je langs de bult en je ziet het bijna niet door de laagstaande zon. Sjouke – de vlagger – leek wel een marsmannetje. Daar hield hij ineens een blauwe vlag omhoog, weer niet de goede vlag. Nog een rondje en nog een rondje. Eindelijk kwam daar het bordje van de laatste ronde. Die laatste ronden ben ik gewoon voluit gegaan terwijl mijn voorsprong best groot was.” Marco Kok wordt tweede, hij verklaart na afloop dat hij van alles probeerde om dichterbij te komen, tevergeefs. Het Nederlands kampioenschap is een feit voor de

Een half jaar eerder is alles anders voor Kooistra en zijn familie. Bij een ongeval komt broer Erik om het leven. “Een maand heeft de crossauto in de hoek gestaan. In die tijd kort na zijn overlijden liep ik echt me de gedachte op ermee te stoppen. Dat sprak ik ook wel uit toen.” Na een eerder ongeluk doorliep Erik een lange revalidatie, dat was het moment dat hij het autocrossen ontdekte: “Daarvoor was hij er niet mee bezig. Hij vond het wel mooi maar hij had er geen tijd voor. Toen hij aan het revalideren was kwam hij hier vaker in het hok en begon hij het in een keer heel mooi te vinden.”

2766

De oudere broer van Franke is vanaf dat moment de grote drijfveer. “Soms wilde ik een keer niet crossen. We hadden net een huis gekocht en daar moest nog veel aan gedaan worden. Als ik dan uit het werk kwam, was de heg gesnoeid en het gras gemaaid. Erik was aan het schilderen en kwam hij bij me: ‘Zet jij de versnellingsbak er maar achter, dan maak ik het hier bij het huis nog wel even af. En dan konden we op zaterdag weer crossen. Dat was het mooiste.” De passie voor de autocross en vrije standaard is dan duidelijk merkbaar bij de broers: “Ik zit vol van de autocross, maar voor Erik was het zijn alles.”

“Hij mopperde zelfs als het seizoen afgelopen was. Dan zei hij: ‘Verdorie, nu duurt het nog een halfjaar tot Paasmaandag. Dan kunnen we pas weer.’ De laatste cross was juist voor mij altijd wel een opluchting. Even geen stress, even rust.” Franke groeide veel op met zijn oudere broer. “Hij was veertien jaar ouder maar toen ik zes jaar was ging ik al mee op de vrachtwagen naar Frankrijk en Denemarken.” Elke avond werd er gewerkt aan de crossauto, vertelt Franke: “We waren elke avond bij elkaar, voor ik het avondeten op had was hij er alweer. Een praatje en dan weer het hok in om de auto klaar te maken.” Hij kijkt er met een goed gevoel op terug, legt hij uit: “Toen dacht ik wel eens dat we eigenlijk maar een simpel leven hadden. Nu kijk ik daar heel anders naar: wat was het toch altijd mooi!”

Ondanks de twijfel om te stoppen met de autocross, wil Franke’s andere broer Marco daar niets van weten: “We kunnen bij de pakken neer gaan zitten maar we kunnen ook de auto weer opbouwen en het weer proberen.” Zo gezegd, zo gedaan beaamt Franke: “Die avond zijn we weer het hok in gegaan om de auto en de nieuw gekochte vrachtwagen af te bouwen.”

FrankeKooistra2

Vanaf dat moment zet Franke de schouders er weer onder samen met Marco, waar het allemaal mee begon. “Sinds 2008 rijd ik, daarvoor reed hij. Marco kon het niet combineren met zijn werk en hij zei dat ik het wel over mocht nemen. Tot op dat moment had ik nog nooit gereden.” Alleen in Suameer, de jaarlijkse lokale wedstrijd, had Franke al eens meegedaan onder een andere naam: “In totaal heb ik drie keer in de regioklasse van Suameer gereden. Toen ik het spul overnam van Marco wilde hij alleen nog een keer in Suameer rijden dus besloot ik een keer niet te rijden.” Toch kroop het crossbloed toen al waar het niet kan gaan, geeft Franke toe: “Een week voor de cross begon het toch te kriebelen want ik had wel een startkaart. Iedereen in de regio was met een auto bezig maar ‘mijn’ auto was bezet. Toen keek ik toch nog een keer op Marktplaats en daar stond nog een golfje. Meteen heb ik die Golf opgehaald en avond aan avond gewerkt om die auto maar op tijd klaar te krijgen.” Met resultaat, zo blijkt achteraf: “In die wedstrijd haalde ik mijn eerste beker met een zesde plaats.”

Een week later komt in Sint Anneparochie dan het eerste hoogtepunt in de vrije standaardklasse: “Daar won ik mijn eerste beker”, vertelt Franke enthousiast. Toen ging het balletje rollen: “Het was klaar toen inderdaad. In die winter heb ik de auto helemaal verbouwd naar mijn eigen idee. Dingen waarvan Marco zei dat het flauwekul was maar ik wilde het zo. De auto kwam breder en lager op de wielen en ik heb een andere koppeling gemonteerd.” Dat wordt in 2009 redelijk succesvol geprobeerd: “In zestien wedstrijden haalde ik veertien bekers. Vijf keer werd ik tweede, nog eens twee keer werd ik derde. Daar was ik heel tevreden mee. Toen moest Marco mij toch ook wel gelijk geven, hij was onder de indruk.”

FrankeKooistra4

Een jaar later blijft Kooistra ondanks de goede resultaten ambitieus. “Ik reed daarvoor met een zelfgebouwde motor maar toen een van onze vrienden stopte en het spul verkocht wist ik, dit motor moet ik hebben.” Het was een Audi, 20-klepper: “Ik wist dat het een topmotor was maar het is altijd afwachten wat het wordt. In de eerste wedstrijd ging de bak stuk, een wedstrijd later met de reservebak en weer ging de bak stuk.” Dan houdt het even op voor Kooistra die in het dagelijks leven automonteur is. “Ik had toen in de zomer al een paar wedstrijden niet meer gereden en de reparatie duurde ook nog eens lang. Toen kwam ik een Renault-bak tegen in Frankrijk en hebben we die opgehaald.”

Ook dit lijkt in eerste instantie nog geen succes, zo blijkt in Menaldum. “De eerste cross ging het twee manches goed maar in de derde manche knapte de bak weer. Ik wist niet hoe het kon maar toch gebeurde het. Via kennissen en familie kwam ik terecht bij Henk Prinsen van A&P. Die heeft me geholpen en daarna liet hij me zien hoe het weer in elkaar moest, zodat ik het de volgende keer zelf zou kunnen. Ik vond dat echt super en nu maak ik zelf mijn versnellingsbakken.”

2011 werd een seizoen met ‘ups and downs’: “Het begin was goed. Een keer werd ik tweede achter Jan Douwe van der Veen op Driesum, daar was ik blij mee. De dag daarna had ik vrij en zou ik de olie verversen. Ik liet de auto warm lopen en toen ik weer in de garage kwam, zag ik allemaal blauwe rook. Bleek het hele luchtfilter vol te zitten met modder en dus was weer de motor kapot. Ik had ‘m net laten reviseren en het was echt helemaal versleten.” Balend zag Franke weer een hoop tijd en geld verloren gaan. “Toen heb ik de auto naar Freddy, mijn motorbouwer, gebracht en die had een rekensommetje gemaakt. Het was voor mij duidelijk, dit gaat niet lukken. Ik had in die twee jaren zoveel uitgegeven en maar een paar wedstrijden kunnen rijden, eigenlijk wilde ik toen stoppen. Maar Freddy wilde me graag helpen en zo kon ik toch weer rijden.”

Het jaar daarna wordt in samenwerking met broer Erik een nieuwe auto gebouwd. “Toen heb ik best veel bekers gewonnen en ik had ook kans in het clubkampioenschap van de NAC. In de laatste race reed ik toen weg van de start en schoot de auto in stationaire stand. Bleek de gaskabel eraf gevlogen te zijn. Domme pech.” Een derde plaats viel Kooistra ten deel, zeven punten achter kampioen Storm. “Ik had mezelf ten doel gesteld dat een derde plaats in het kampioenschap mooi zou zijn, dus ik was tevreden.” In 2013 komt dan de eerste overwinning in Kollum maar daar gaat wel een zware week aan vooraf: “Toen reed ik op Noordbergum heel veel schade in de finale en moesten we werkelijk de hele auto opnieuw opbouwen. Bij mijn broer Erik in het hok deden we altijd het slijpwerk en het lassen, daarna moesten we hier de rest afmaken en toen gingen we naar Kollum.”

‘De eerste prijs is niet te koop’

Ook de thuiscross in Suameer wordt gewonnen: “Dat was altijd best speciaal, en toen ik daar won. Voorheen gingen we dan met de auto’s op de kar heen en op de terugweg met de crossauto’s over de weg. Zo gingen we met zes, zeven crossauto’s terug naar huis. In die tijd reden heel veel van m’n vrienden maar tegenwoordig ben ik een van de weinigen die het volhoudt.” In de laatste wedstrijd op Kollum gaat het echter weer helemaal mis. “Dat was een crash, daar heb ik wel een maand last van gehad. Thuis hebben we bekeken wat er allemaal aan moest gebeuren om de auto weer goed te krijgen en de conclusie was eigenlijk dat het teveel werk was om weer te ‘restaureren’. Ik besloot, we maken een nieuwe, en Erik heeft toen direct gebeld voor ijzer. Toen zijn we meteen begonnen aan een nieuwe auto en die was in twee maanden tijd klaar.”

FrankeKooistra5

Met die nieuwe auto begint 2014 wisselvallig. “Veel problemen met de koppeling, het zijn vaak van die klote dingen. Of ik word eruit gereden of het gaat wel goed dan en breekt er iets. Buiten de koppelingsproblemen om hebben we de betrouwbaarheid redelijk goed voor elkaar.” Op het NK in Kollum wordt weliswaar een derde plaats gehaald, maar ook daar had meer ingezeten volgens Kooistra: “Daar werd ik bij de herstart om te oren gereden omdat ik nog met m’n bril bezig was. Toen kon ik weer van achteraan beginnen.” De mogelijkheid om te winnen was er een jaar later nog steeds, net als de wil om te winnen. “Dit jaar wilde ik echt alles op alles zetten”, zegt Kooistra. Hij vervolgt: “Vorig jaar was ik er zo dichtbij maar dit jaar moest alles op alles.” Ook van buitenaf werd de druk opgevoerd, na een poll op Facebook. “Daar werd ik steeds in getagd, dat vond ik maar niks. Ik ben daar niet zo van maar er komen wel altijd veel mensen voor me kijken op de cross. Dat is wel fijn, alleen is ook maar niks.”

De Nederlandse titel die Kooistra haalde op Kollum is nog eens extra bijzonder vanwege de manier waarop hij zijn sport bedrijft. “Ik moet wel eens sparen voor ik een verbetering kan doen.” Kooistra is nog een van de weinige particulieren in de klasse en dat maakt het wel eens lastig. “We dachten wel eens als je sommige auto’s zag, die gaat winnen. Daar was zoveel geld ingepompt. Maar de eerste prijs is niet meer te koop in de vrije standaardklasse. Alles moet kloppen. Ik zoek dan ook mijn eigen weg, het crossen is alles voor me. Ik kijk er vaak naar uit om te rijden, dingen uit te proberen en ik wil het altijd net iets anders doen. Mensen nadoen is niets voor mij, ik doe mijn eigen ding. Marco helpt me veel daarbij, hem wil ik heel graag bedanken. Soms zit ik ernaast en soms lukt het.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Crozz Magazine #53

Tekst: Mark Bremer, Foto’s: Joris Kammenga