Interview Tom van den Heuvel: ‘Ik wil in 2016 ‘gewoon weer’ meedoen om de prijzen’

Ineens was hij daar in 2015, Tom van den Heuvel. Voor velen een nieuwe ster in de vrije standaardklasse, de kenners zagen hem al wat langer op de radar. Met winst in vijftien van de zestien kwalificatiemanches in het Nederlands Kampioenschap Vrije Standaard Series werd de Noord-Hollander afgetekend kampioen. Dat doet hij niet alleen, het technisch brein achter de Honda auto is Tom Roelofsen. Een gesprek over uitdaging, dubbele kampioenschappen en spionage.

Roelofsen en Van den Heuvel beginnen in 2010 in de standaardklasse van het Noord Hollands kampioenschap. Met een golfje, want dat deed iedereen. Na technisch malheur en een afkeuring worden ze gedwongen de overstap te maken naar de superstandaard of om de rest van het jaar niet te rijden. Er wordt gekozen voor het eerste. “Toen we de overstap maakten naar de superstandaard hebben we het jaar afgemaakt, en nog een jaar als opvulling. Daarna begonnen we in de vrije standaardklasse”, vertelt Van den Heuvel.

Halverwege seizoen 2011 debuteert Van den Heuvel in de vrije standaardklasse met een scirocco-gebaseerde wagen. Het was bewust een leerproces voor de heren die in Purmerend sleutelen aan de auto’s. Van den Heuvel legt uit: “Er zijn een hele boel mensen die zeggen dat dat project niet geslaagd was, maar ik vind juist dat we daar zoveel van geleerd hadden dat we nu helder hebben wat we wilden uit een auto. Met een standaardmotor, alleen een andere inlaat en andere uitlaat, zijn we een keer derde geworden in Andijk. We konden het in de verste verte niet bijbenen maar werden wel derde in het NHK en daar hebben we veel van geleerd.” Roelofsen vult aan: “We wisten nu waar we ons op moesten concentreren bij het bouwen van een nieuwe auto.”

Zodoende begon het leven van de huidige auto op de tekentafel in 2012. Om ervaring op te doen werd het seizoen afgemaakt met de blauwe Scirocco, in 2013 bleef het stil en werd er hard gewerkt aan de auto.

Taakverdeling

Bij het ontwerpen van de auto komt Tom Roelofsen in beeld. Roelofsen werkt in het dagelijks leven aan industriële robots die gebruikt worden in de voedsel- en zuivelindustrie en heeft een passie voor techniek en data. De taakverdeling is duidelijk binnen het team: “We doen het eigenlijk samen. Ik rij en betaal maar daar is ook alles wel mee gezegd. Ik sleutel wel mee maar het is het gedachtegoed van Tom”, vertelt Van den Heuvel die het als een meerwaarde ziet. “Hij kan het goed overdenken en ik ben heel praktisch. Dat is de meerwaarde.” Samen deden ze veel studie naar andere auto’s die succesvol waren, maar vooral ook zwakke punten stonden in de belangstelling: “Beter goed gejat dan slecht bedacht, was een beetje onze instelling. We leerden van onze eigen ervaring maar keken ook zeker naar andere rijders om te zien wat goed werkt. We hebben heel veel gekeken naar andere auto’s en waar wij verbeteringen zagen. Dat wilden wij op een andere manier proberen. Toen hebben we op een gegeven moment besloten om het helemaal anders te doen met de wielophanging en dat bleek een goede zet.”

Roelofsen heeft het ontwerp van de auto volledig voor zijn rekening genomen en maakte samen met Van den Heuvel een aantal belangrijke keuzes bij het ontwerpen van de auto: “We hadden de auto zo goed als af en waren onderdelen aan het shoppen. Ook had ik alle data klaarliggen om mee naar Intrax, Proflex en Reiger te gaan voor schokbrekers. Wij wisten precies welke schokbrekers we wilden, welke karakteristiek bij het gewicht van de auto past en dergelijke. Toen we naar Nico Groot (Gronico red.) gingen voor onderdelen hebben we ook het met hem een gesprek gevoerd. We kregen wel vertrouwen dat hij ons goede schokdempers kon leveren.” Omdat Groot op dat moment druk in ontwikkeling was met de schokdempers was het wel een gok voor Van den Heuvel en Roelofsen: “Het was voor ons wel een sprong in het diepe aangezien niemand er nog mee reed. De manier waarop hij communiceerde gaf ons de doorslag om met hem in zee te gaan. Toen hebben we nog eens een avond gezeten waarin we besproken hebben over de schokbrekers, maar hij liet ook zijn visie los op wat wij getekend hadden. Daarna hebben we de wielophanging gebouwd en dat werkt fantastisch. We hebben een keer iets moeten veranderen met een veersterkte, maar voor de rest rijden we vanaf het begin al op dezelfde manier.”

Ook op het gebied van aandrijving stonden de heren voor een belangrijke keuze. “In eerste instantie besloten we om met een Ford Duratec te gaan rijden. We hadden een aantal gesprekken gevoerd met andere rijders. Totdat ik op het circuit terecht kwam.” Roelofsen vervolgt: “Ik ging wel eens mee met een team dat uitkwam in de Supercar Challenge en die reden met een S2000. Ik ben anderhalf jaar mee geweest als engineer van dat team. Via via kwamen we terecht bij de importeur en hebben we het Honda-wereldje leren kennen. Toen werd wel duidelijk dat we met deze serie Honda-motoren moesten gaan rijden, dat leek ons de beste keuze.” De verandering van motor kwam op het moment dat de auto al volledig getekend was. “Het inbouwen van de motor bleek relatief eenvoudig. We hoefden maar vijf procent aan te passen.” Van den Heuvel vult aan: “Ja, behalve de uitlaattunnel, daar zijn we nog wel even mee bezig geweest. Ook moesten we de neus en wielophanging een beetje aanpassen om met de versnellingsbak uit te komen.”

‘Ik rij en betaal, het gedachtegoed is van Tom’ – Van den Heuvel over de taakverdeling

Roelofsen legt uit wat het concept van deze auto zo sterk maakt: “Deze auto wint het op twee punten: bochtensnelheid dat heeft met geometrie te maken en de grip. Op topsnelheid of puur vermogen winnen we het niet maar doordat je krapper kunt in de bochten, kun je eerder op het gas en neem je meer snelheid mee.”

Na twee jaar ontwikkelen en bouwen maakte de Honda-auto van Van den Heuvel en Roelofsen halverwege 2014 haar debuut op de baan. Eerst werd er uitgebreid getest, in 2015 moest het echt gebeuren. De pijlen werden gericht op het NK in Winsum, maar ook de wedstrijden bij de NAC en het NHK werden gereden. “De eerste wedstrijd in Kollum hebben we gereden maar dat was een tegenvaller. De stuurbekrachtiging deed het niet, dat was echt een testwedstrijd voor ons. Eigenlijk was de eerste wedstrijd in Winsum dat ook.” Daarna ging het snel een stuk beter voor Van den Heuvel die zich voor de laatste wedstrijd al kampioen mocht noemen: “De vier wedstrijden daarna haalden we op eentje na steeds de maximale punten. Dat was balen”, vertelt Roelofsen lachend. “Van de zestien manches die meetellen hebben we er vijftien gewonnen, eentje had Tom een lekke band. Na de vierde wedstrijd waren we al kampioen.” Op safe gaan in de vijfde wedstrijd was er echter niet bij: “We zijn er ook op de vijfde dag vol voor gegaan, ondanks dat we al kampioen waren. Dat geeft het wel iets speciaals vind ik, we hebben echt het hele seizoen goed gepresteerd. In de laatste finale van het seizoen zat er een gat in de versnellingsbak, met veel geluk hebben we die uit kunnen rijden.”

vdheuvel_winsum

’Op het randje’

Toch liep niet alles vanzelfsprekend voor Van den Heuvel, die met name in de eerste wedstrijd problemen ondervond. Er werd echt op het randje gereden. “Ik dacht nog, als het elke keer zo gaat hoeft het van mij niet.” Met de rollende start die daarna ingevoerd werd, gaat het al veel beter volgens hem: “Je kan met een stilstaande start niet zien of de vierde of vijfde rij niet remt. Door de snelheid naar beneden te halen voor die eerste bocht, los je dat wel op.” Roelofsen vindt het dan ook jammer dat zoveel afhaakten na de eerste wedstrijd: “Het is jammer dat een hele groep jongens daarna niet meer kwamen.”

Voor de vrije standaardklasse werden in 2015 ineens twee NK’s geïntroduceerd. Van den Heuvel heeft er een mening over: “Aan het begin van het seizoen was er een NK en dat was dan in Winsum. Kollum hoorde je niemand over, was niet echt actueel. Van het een op het andere moment was dat ineens weer het NK en dat vond ik jammer. Ook de beker werd ineens naar Kollum verhuisd en dat is wel jammer.” Het getouwtrek met NK’s komt de klasse niet ten goede maar Roelofsen bekijkt het van de positieve kant: “Er waren afgelopen jaar twee NK’s en dat zal dit jaar waarschijnlijk ook zo zijn. Franke heeft bij de NAC terecht gewonnen, en wij bij ASG. Het een doet niet af aan het ander vind ik. En ik hoop dan ook dat er dit jaar gewoon weer een vol veld aan de start staat.”

‘Stiekem de kunst afkijken, vind ik niet oké. Iedereen is welkom, ze mogen alles bekijken.’

Het NK in Kollum stond aanvankelijk gewoon op het programma, tot deze door de hitte verschoven werd: “Toen werd het de zaterdag voor de Beemster, dat is echt dé cross hier in de buurt. Onze sponsoren en hulp zitten hier allemaal om de hoek, dus we konden het niet maken om de Beemster niet te rijden als we met schade terug uit Kollum zouden komen.” Want: “Als je er daar in Kollum af gaat, gaat er meestal wel iets kapot.” Beemster is echter de wedstrijd voor Van den Heuvel: “Echt een Noord-Holland baantje, heel smal en dringen om elke positie. En dan nog die grote sloot natuurlijk. Ik snap wel dat heel veel rijders een beetje huiverig zijn om daar te rijden.”

De usual suspects in de klasse verdwijnen langzaam maar zeker uit de top, een nieuwe generatie komt in de plaats: “Daar horen wij bij maar ook een Franke Kooistra, Ybe Vellema en Kristian Nieboer. Dat zijn een aantal namen die zich het afgelopen jaar echt hebben laten zien.”

Blijven winnen

De doelstelling voor volgend seizoen is simpel. Meedoen om de prijzen en blijven winnen. “We willen in 2016 gewoon weer meedoen voor de prijzen”, aldus Van den Heuvel. “Het is geen garantie dat we weer kampioen worden maar ons idee is sterk en daar houden we aan vast. Je weet gewoon, een hoop mensen gaan deze winter hun huiswerk doen en wij kunnen in het totale concept ook nog wel winst halen.”

Wie wint heeft vrienden, maar wie wint heeft ook mensen die met argwaan kijken naar de prestaties. De concurrentie is welkom bij het duo om mee te kijken: “Iedereen is van harte welkom, ze mogen data en alles bekijken. Sneaky om de auto heen lopen vind ik niet echt goed, kom bij ons en vraag het op de man af.”

‘Misschien moeten we wedstrijden in Noord-Holland overslaan, dat scheelt de helft aan schade.’

Vooral met data bepaalt Roelofsen de strategie voor de volgende wedstrijden: “Met de data die we hebben kun je bijvoorbeeld aan het begin van de dag op 50% beginne. Dat scheelt al twee manches op de baan. Wat we aan informatie hebben, bewaren we en daarmee beginnen we de volgende wedstrijd.” Zo werd het kunstje op Winsum een herhaling van zetten: ““Op Winsum wisten we op een gegeven moment hoe we daar moesten rijden. Banden, afstelling enzovoort. Data verzamelden we op de wedstrijd en dan konden we dat thuis instellen voor de volgende wedstrijd.”

Van den Heuvel kijkt ook naar de andere discipline van het rijden in de vrije standaardklasse. Er wordt weleens lacherig gedaan over de zandrijders in de klasse, maar Van den Heuvel is het daar niet mee eens. “We hadden de auto in de Knipe op standje ‘Dakar’, je kon er bijna onder door lopen. Het viel me niet tegen wat er rijdt. Het is een ander aanzich dan wat wij gewend zijn. Ze hebben een andere opbouw, zijn wat meer V-vorming en dergelijke maar als je ziet wat voor motoren ze mee rijden en hoeveel power daar in zit. Dan doen ze zeker niet onder voor heel veel kleirijders.” Hij ziet het dan ook als uitdaging voor de komende tijd. “We moeten het er nog over hebben hoor maar ik zou het wel wat vinden om het op zand te gaan proberen.” Roelofsen ziet dat totaal niet zitten: “Nee, ik heb niets met zand.” Van den Heuvel vervolgt: “We hebben ons bewezen op de klei en ik vind het juist een uitdaging om op zowel op zand als klei een kampioenschap te pakken. Dat zie ik als uitdaging.”

Roelofsen richt zich liever op de klei: “Ik wil gewoon weer meedoen om de prijzen op de kleibanen en dan ben ik blij. Je weet dat zandbanen vaak gewoon heel slecht worden en dat past niet echt bij mijn manier van denken. Ik neig wat dat betreft meer naar de circuitkant om uit te rekenen en goed te kijken wat een auto op zo’n baan doet. Zand is meer onvoorspelbaar en uiteindelijk volg je een zelfde spoor. Dat is voor mij minder uitdaging. Het is wel echt een kunstje wat je moet kunnen maar voor mij persoonlijk zit er meer lol in om op klei te rijden.”

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in Crozz Magazine #55

Tekst: Mark Bremer, Foto’s:  Joris Kammenga