Ricardo Otto: Mijn vijf beste racedagen van 2022

Ricardo Otto werkte een fabelachtig seizoen 2022 af. Na zijn kampioenschap in Klasse 8 van het Autocross Masters-kampioenschap, won hij nog een NK-finale in de Superklasse en schreef hij ook het Nederlands kampioenschap in de Sprint 1600 op zijn naam. De ‘reguliere interviews’ kennen we inmiddels wel, we vroegen Otto daarom om zijn vijf beste racedagen van 2022 verdeeld over de beide grote kampioenschappen. Een monoloog.

Albergen – NK Autocross

“Het liep de eerste manche voor geen meter. Gelukkig kwam ik vanaf de derde startrij en had ik in de andere manches nog kans. De auto liep niet helemaal goed, we hebben de tank moeten vervangen en ook de ECU ging nog kapot. We waren net op tijd klaar voor de tweede manche en ik zat wel gelijk met het gevoel in de auto dat ik geen steken meer mocht laten vallen. Het is niet zo dat ik die druk van mijn team krijg, we hadden ons de top-vijf als doel gesteld. Maar als rijder wil je natuurlijk maar één ding en dat is Nederlands kampioen worden. Indirect ligt die druk er dus wel op. Uiteindelijk won ik de tweede en derde manche, de finale was er eentje uit het boekje. Ik had meteen kopstart en maakte geen fouten. Ik kwam zonder fouten aan de finish. Ik heb met de Masters wel een paar keer zo’n finale gehad dat ik kopstart had en meteen wegreed, maar in het NK was alleen Albergen zo.”

Terwolde – Autocross Masters

“Vorig jaar reden we voor het eerst met deze auto van Grr en we hebben echt wel werk gehad om deze goed op de baan te krijgen en de afstelling te perfectioneren. We hadden de dempers van de oude auto meegenomen naar deze. Qua afstelling klopte er niets meer van en we zijn zeker driekwart jaar bezig geweest voordat we het echt op de rit hadden. Dat kon je aan het eind van 2021 al zien. Dit weekend in Terwolde lukte werkelijk alles, in Klasse 8 én Klasse 9. In Klasse 9 won ik de finale net niet, ik lag twee keer eerste maar we kregen twee keer een rode vlag. Ik had geen kopstart met de tweede herstart toen wilde ik Bastiaan Hoogeboom in de laatste ronde nog pakken. We raakten elkaar en zo werd ik derde. Anders had ik dat weekend alles gewonnen, op zaterdag had ik de finales in beide klassen ook al gewonnen. Deze auto gaf mij heel snel vertrouwen, maar dat is misschien ook wel een valkuil voor mij geweest. Hij stuurt heel goed in, de auto luistert naar waar je ‘m wil hebben. Hij hapt niet. Je kunt je grenzen heel ver leggen, tot het misgaat. Dat vind ik wel bijzonder. Ik kan heel ver tot de grens en je gaat niet op twee wielen of zoiets, maar net over de grens ben ik ‘m achter meteen kwijt. Dan ga je meteen rond. Dan is ‘ie ook niet meer te houden. Dat ik denk dat ik ver kan gaan en dat er dan nog net een tandje bij kan, daar moet ik nog een gulden middenweg in vinden. Ik heb dit jaar wel een paar van die stomme foutjes gehad.”

Herstappe – Autocross Masters

“Dit zijn wel de mooie banen. Ik vind de NK-banen toch vaak wat discutabel. Meestal heb je van die krappe banen met een hele scherpe eerste bocht waarvan je weet dat iedereen lekker bij elkaar komt. Daar vallen dan ook meestal de klappers. In Herstappe was het rechte stuk naar de eerste bocht heel lang, daar werd het veld wel uit elkaar getrokken en gebeurt er ook minder. Dat was voor mij een hele goede wedstrijd. In Klasse 8 was ik het hele weekend gewoon de snelste, eigenlijk kwam niemand in de buurt. Dat was het maximale, één manche werd ik tweede en verder won ik alles. De hele baan had best veel grip, maar in die knik naar rechts was het kogelhard en daar moest je de goede lijn kiezen en de auto echt oplijnen om er zo min mogelijk een bocht van te maken. Meestal doen we niet veel aan de afstelling, de basis is eigenlijk best goed. Dan doen we nog een klikje hier en daar om wat te finetunen, maar de grootste aanpassing zit in de banden die we gebruiken. Persoonlijk ben ik wel een liefhebber van de Immlers. In Ferwoude hebben we een manche op de Bighorns gereden, maar dat vond ik helemaal niks. Op de Immlers ging ik meteen weer hard.”

Bekijk hieronder de finale van klasse 8 terug in Herstappe, gemaakt door Bart Demkes Video’s

 

Ferwoude – NK Autocross

“We lagen in Gendringen op podiumkoers, maar toen kwam ik in aanraking met [Nick] Kooremans en eindigde uiteindelijk achter hem en [Danny] Lauf. In Ferwoude lieten zij steken vallen en daarom was het voor mij [in de 1600] alleen al een goede wedstrijd. De eerste manche was ik aan het prutsen met de Bighorns, maar de tweede en derde manche won ik. Het was wel echt een baan waar je moest overleven, dat had ik al gezien met die eerste bocht. Er was heel weinig grip en je moest bij de start uit het gedrang blijven. Jari [Kroon] ging voor me uit bij de start en dat vond ik goed, ik heb ‘m op de tweede plek naar huis gereden. Kooremans had geen finale, Lauf zag ik ook niet direct achter me en ik zag op het LED-scherm dat Mike [Brussen] achter mij reed. Ik wist dat ik van hem geen gekke dingen hoefde te verwachten. En daarna de Superklasse nog. In de finale had ik een beetje geluk, maar in de manches ging het al hartstikke goed. Met Jordi Veldhuizen naast ons op het startveld, wist ik dat ik het bij de start niet zou winnen (lacht). Met onze auto waren de starts het hele jaar wisselvallig, soms super en soms heel beroerd. Het was afwachten hoe het ten opzichte van de concurrentie zou gaan, maar het ging heel goed. Ik ging als tweede de eerste bocht door en had het geluk dat Jordi stilviel.”

Rosmalen – NK Autocross

“Ik was niet de snelste, maar van de titelkandidaten wel de slimste. Het was een hele lastige dag, maar we hebben er wel het beste van gemaakt. Als het niet gelukt was, hadden we in ieder geval alles geprobeerd. Het was echt overleven. Ik had het geluk dat ik elf punten voorsprong had in het kampioenschap en die had ik ook echt wel nodig als Lauf was blijven rijden. De snelheid was er gewoon niet. De eerste manche won ik nog, dat was een mooie verrassing. Na de manches kijk ik altijd naar de rondetijden om te zien hoe we er ongeveer voor staan en ik kwam een seconde tekort. Dat was voor de tweede manche niet heel fijn. De manches liepen eigenlijk voor geen meter. Ik vond het bijzonder dat ik in de finale nog op de eerste rij mocht starten. We hebben voor de finale overleg gehad, ik vond dat we zeker iets moesten veranderen omdat het anders helemaal niks zou worden qua snelheid. We hebben de demping achter omgegooid en in de finale was het een kwestie van blijven rijden, dat is heel belangrijk gebleken.”