Tom van den Heuvel over intense finaledag: “We gingen door het oog van de naald”

Met vier finale-overwinningen begon Tom van den Heuvel vorige week zaterdag aan dé slotdag van het NK Autocross in Rosmalen. Het werd een vervelende en moeizame dag met goede afloop. In gesprek met de Noord-Hollander over vijftien extra monteurs, de gemoedelijke sfeer in de Toerwagenklasse én de toekomst…

Tom van den Heuvel had in de autocross al behoorlijk naam gemaakt met verschillende titels in de vrije standaardklasse, maar veel mensen in het NK Autocross nemen die klasse toch niet al te serieus. In het NK Autocross bleek al snel dat Van den Heuvel zich wel degelijk kon meten met de top van deze klasse. Het visitekaartje werd vorig jaar tijdens het slotweekend in Rosmalen al een keer afgegeven met een overwinning in de Toerwagenklasse. Het was de perfecte kennismaking en de lat lag gelijk vrij hoog voor dit seizoen. Het was op basis daarvan te vroeg om ze een favorietenrol toe te schuiven, maar dat veranderde wel na Albergen, Veulen en Toldijk. Drie uit drie. Het was voor de buitenwereld niet de vraag of Van den Heuvel kampioen zou worden, eerder hoe en wanneer. Gendringen leverde de eerste flinke domper op. Een aanrijding in de derde manche veroorzaakte flinke schade en de finale wordt gemist, ook al is Van den Heuvel wel geplaatst.

“Na Gendringen hadden we er wel een beetje een hard hoofd in, toen wisten we niet of het goed zou komen”, zegt Tom van den Heuvel in gesprek met DeCrozz.nl. “Daar zag je hoe competitief de toerwagenklasse is. Je hebt drie finales gewonnen, maar je doet een keer niet mee en je staat tweede in het klassement. Kijk, in Ferwoude hadden we best een slag geslagen. We wonnen daar, ondanks dat het geen lekkere dag was. Dan deel je een tik uit. [Marco] Tuchter scoorde daar minder, we liepen iets uit op Gijs [van Hees]. Ze stonden op zeventien/twintig punten, dat is wel comfortabel. Dan hoef je niet top-drie te rijden, maar als zij alles zouden winnen stonden we op een haalbare plek. Toen kwam het geloof dat we heel dichtbij waren.”

Vijftien monteurs

Voor Rosmalen werd helemaal niets aan het toeval overgelaten. “We hadden vijftien monteurs mee, René van der Coelen had nog voor elke hoek aandrijfassen gemaakt en voor elke hoek hadden we een extra wielophanging mee”, somt Van den Heuvel op. “We hadden alle wiellagers en aandrijfassen nog gecontroleerd op zaken die eventueel niet zouden klappen.” En hoe werkte de voorbereiding? “Het was een vrij moeizame dag”, zucht Van den Heuvel als hij terugkijkt op Rosmalen. “De uitgebreide voorbereiding die we gedaan hadden betaalde zich niet echt uit. Eigenlijk ging niks volgens plan.”

In de eerste manche op de natte baan haperde de koppeling en werkte het gaspedaal niet, maar de regen hielp ook niet. “Ik was hier al een klein beetje bang voor”, zegt Van den Heuvel eerlijk. “Met de vrije standaard hadden we ook dat die het in de regen nooit echt heel goed deed. Daar zit in de wielophanging iets niet goed, daar moeten we nog wat mee. Dat is ons huiswerk voor de winter. We reden op dezelfde banden als de rest en er was geen bocht die ik knap kon halen. We hebben het hele jaar iedereen aan de binnenkant ingehaald, maar nu dweilden we helemaal naar buiten.”

Tekst loopt door onder de foto

Na drie manches had Van den Heuvel 32 punten, evenveel als Nick Nijkamp. Het grote verschil was dat Nijkamp op de zestiende plek en Van den Heuvel op de vijftiende stond. Het verschil tussen finale en geen finale. “We hebben een paar hele spannende momenten gehad. De eerste was nadat de uitslagen van de derde manche erop kwamen. Dat we op de laatste plek met hetzelfde aantal punten als Nick Nijkamp naar de finale gingen. Dat was eigenlijk een grote opluchting, dan heb je het in ieder geval nog in eigen hand als je in de finale zit. Daar gingen we al door het oog van de naald.”

Na het bijtellen van de bonuspunten ligt pas het eigenlijke scenario voor de finale op tafel. Ook Tuchter en Van Hees hadden het niet makkelijk in Rosmalen. Van den Heuvel moet bij de eerste zes eindigden als een van zijn beide concurrenten de zege pakt. Het begin van de finale is rampzalig. Van den Heuvel komt in bocht vier op de bult te staan en moet in de achtervolging. Met hangen en wurgen lukt het en krijgt hij Van Hees weer in het vizier. “Ik reed al een tijdje achter Gijs en toen kwam Marco op de bult te staan en die reed voor me uit weer weg, toen had ik ze allebei in het vizier. Toen kwam de rust een beetje terug, zij konden niet meer winnen en hoefde ik geen gekke dingen meer uit te halen. Dat was eigenlijk het grootste genietmoment van de dag.”

“Er is meer in het leven”

Op het podium krijgt Van den Heuvel de #601 uitgereikt, een beker en een krans. In stilte hangt de Honda op de lepels van de Manitou, enkele meters naast het podium. De littekens van de strijd zijn nog zichtbaar. Het grote doel is bereikt. Als we enkele dagen na Rosmalen met Van den Heuvel terugblikken, beseft hij hoe veeleisend het seizoen geweest is. “Ik ben thuis ook nog aan het bouwen en verbouwen, dat heeft gewoon een paar weken stilgelegen. Er is ook meer in het leven. Het blijft autocross, het is ook niet zo dat je als kampioen nog de impuls hebt om wat prijzengeld bij elkaar te rijden. Als ik kijk wat het dit seizoen heeft gekost, dan waren we na Gendringen al door het budget heen. Ik vind het hartstikke gezellig en we doen het ook zelf omdat we de lat zo hoog leggen, die auto aan te passen en weer te verbeteren, maar het is ook wel lekker als je niet de vrijdag voor de cross de hele dag bezig bent.”

“Ik denk dat de Toerwagenkasse ons wel goed past”, gaat hij verder. “De meeste deelnemers zijn wel nuchter en heel erg benaderbaar. Het hart ligt bij de techniek en dat is toch anders dan in bijvoorbeeld de sprintklassen. Daar koopt iedereen een frame, een motor en een bak, dan is de mentaliteit en de onderlinge sfeer toch anders. Wij zaten op de vrijdag voor de cross regelmatig bij een ander, of zij zaten bij ons. Ondanks dat we aan het vechten waren voor het kampioenschap, zaten we op vrijdag nog altijd een drankje te doen. Ook gedurende de wedstrijddag kwamen de monteurs van Van Hees en van Tuchter even langs. Dat is heel gemoedelijk. Dat is wel leuk.”

“En nu?”, luidt de simpele slotvraag van ondergetekende. Zonder er omheen te draaien geeft Van den Heuvel antwoord. “Dat is de grote vraag, dat weet ik eerlijk gezegd nog niet. Ik heb niet de ambitie om net zoals Ton van Leeuwen zes of zeven keer Nederlands kampioen te worden. En dat heb ik al eerder gezegd, maar we zijn dit gaan doen omdat de rallycross eigenlijk onbetaalbaar is. Stiekem wil ik toch wel onderzoeken of daar nog een kans ligt. Ik ga me deze winter goed inlezen op alle reglementen en ik heb contacten met teams die auto’s beschikbaar stellen, ik wil wel eens kijken hoe dat in z’n werk gaat. In de rallycross gaat de ontwikkeling nu heel snel met de elektrische motoren, die veranderingen zijn in volle gang. Dan ben je misschien alweer te laat. Het is toch even afwachten hoe lang ze doorgaan met benzinemotoren in Europees verband. Daar ligt mijn hart, maar of het financieel haalbaar is weet ik niet. Dan wordt het de vraag of ik nog een seizoen wil doorgaan. Maar het heeft dit jaar wel bloed, zweet en tranen gekost.”